van Sydney naar Canberra – door de Blue en Snowy Mountains

December 2012 – We rijden Sydney uit naar de ‘Blue Mountains’. Blue worden de bergen genoemd omdat er in de middag een soort blauwpaarse gloed hangt door een olie die de eucalyptussen afscheidden. Het park ligt fors boven zeeniveau en bevat een heel stel bizarre rotsformaties, watervallen en diepe kloven. De Three Sisters zijn het meest bekend, maar we genieten meer van de wandelingen langs de verkoelende watervallen in Leura. Onderweg stoppen we ook bij het “Toy and Transport-museum”; een prachtige villa op de rand van het park is voor de helft bewoond, en de andere helft wordt gebruikt om de speelgoed-collectie van de bewoners tentoon te stellen. Lekker stoffige en rommelige vitrines vol met StarWars-poppetjes, GI-Joe’s uit de jaren 60, allerlei James Bond parafernalia en Steiff beren, maar nog veel meer Australisch speelgoed en tv-series die wij niet herkennen (wist je dat Flying Doctors hier helemaal niet zo populair was?)… We weten nog van de vorige keer dat Australië bezaaid is met dit soort plaatselijke musea; loont altijd de moeite om ze even op te zoeken. Ook hier weer, en het leukste zit hem in het ‘transport’-deel van het museum. De tuin rondom de villa is bezaaid met allerlei spoorwegantiquiteiten; stationsborden, een halve stoomlocomotief, een paar schuurtjes vol met modeltreinen en als pièce de résistance een 10 meter hoge replica van de Zugspitzhorn met een (overigens niet bestaande) spoorweg erdoorheen. Wel mooi, want die Zugspitzhorn was een van de laatste dingen die we deden op deel 1 van de trip, en dus ook een van de eerste dingen die we weer zien op deel 2.

En we bezoeken de Wentworth-falls (en als we toen hadden geweten dat dat een van de laatste keren deze trip was dat we een waterval zien waar ook nog echt water doorheen valt hadden we vast beter opgelet) en de Fern-cathedral, een stuk bos zo dichtbegroeid met varens dat er inderdaad wel een bouwwerk van cathedrale proporties in te ontdekken valt. En je begrijpt, met al die varens en watervallen…het is hier wat natter aan het worden. en dan vinden we in een tent niet leuk. Dus: richting de kust, want volgens de krant schijnt daar de zon!

 

 

We rijden naar we rijden naar Stockton, aan de overkant van de baai van Newcastle. Ooit begonnen als een strafkolonie voor de allerzwaarst gestraften werd Newcastle in het begin van de vorige eeuw een belangrijke staalstad. Een wereldoorlog zorgde voor een stevige toename van de productie (en voor de groei van bedrijven als BHP Billiton (nu nog steeds een van de grootste staal/mijnbedrijven ter wereld)) en hielp de stad zijn positie als tweede haven van Australië verkrijgen. Maar het zorgde ook voor een Japans bombardement (een van de weinige aanvallen op Australisch vasteland). De snelle opkomst van de stad en daarna de belangrijke rol in Australie, immigratie, de sluiting van die enorme staalverwerkende bedrijven in de jaren 80 en een serieuze aardbeving zorgden voor genoeg geschiedenis om een mooi museum om heen te bouwen; het (tja..) “Newcastle museum”. Prachtig vormgegeven en vol met hele persoonlijke verhalen en allerlei technische snufjes om dat te vertellen. Je weet genoeg als “even een uurtje” een hele dag wordt! En als je dan aan het einde van zo’n dag ook nog terechtkomt in een vakbondscafé op de raffle/pubquiz-avond heb je je genoeg ondergedompeld in de stad.

Vanuit Stockton de Hunter Valley door, het oudste wijngebied van Australië. Er zijn hier een stuk of 180 verschillende wijngaarden in de heuvels. En zoals het hoort in zo’n wijngebied; nogal wat mogelijkheden voor gesofisticeerd eten/drinken/logeren. Het is hier nog erg rustig en het gebied is prachtig om doorheen te rijden. We rijden een heel stuk verder en eindigen vandaag in Sandy Hollows op een touristpark wat ongeveer een kwart van het oppervlakte van het dorp beslaat. De benzinepomp/afhaal/postkantoor (te koop) is een ander kwart en de rest wordt gevuld door hotel, community hall en 4 huizen. Het hotel dubbelt ook als pub; en, het is vrijdagavond! Het drukste plekje van de omgeving is waarschijnlijk deze pub! Alle boeren in hun beste t-shirt en spijkerbroek, pick-up voor de deur met honden op de laadklep… het lijkt wel een feest in Annies in Wageningen. terug op de camping horen we van ‘al die drukte’ vrijwel niets meer. Heldere hemel, heel veel sterren!

De komende dagen rijden we verder het binnenland in, onderweg naar de Snowy Mountains. In Cowra bezoeken we het visitors centre waarin in een hoekje van het verder nogal lowtech gebouw (je weet wel: handicrafts, gestencilde boekjes met de plaatselijke geschiedenis en lokale/zelfgemaakte jammetjes etc), een nogal hightech, maar vooral ontroerende, holografische film draait over het krijgsgevangenenkamp hier en de vrij fatale, maar als heroïsch beschouwde ontsnappingspogingen van Japanse krijgsgevangen (niet alleen maar Japanners hier in de oorlog; ook heel wat Italianen en Indonesi¨rs, de laatsten op last van de Nederlande regering vastgezet). We komen door Young, de kersenhoofdstad van Australie (en dus de plaatselijke bakkerij). We rijden nu de Snowy Mountains in, één van de weinige plekken hier waar genoeg sneeuw valt om te kunnen wintersporten (juni/juli wellicht?!). De weg heet zelfs de Alpine Highway, ookal komt ie niet hoger dan een meter of 1600. We komen langs de plek van het waterspeedworldrecord (in 1980 al gezet, en nog niet geëvenaard (volgens het bord dan, maar het klinkt me ook maniakaal om dat te proberen te gaan verbreken: 550 km/u!!)). Dat meer is onderdeel van het Snowy Scheme, een nogal enorm waterkrachtproject uit de jaren 60. Geroemd om zijn technische vernuft en gehekeld om de impact die al die meren, pijplijnen, turbines en hoogspanningmasten maken hier in de natuur, maar vooral heel indrukwekkend. Geweldige rit; de bergen zijn verder helemaal leeg, geen andere bezoekt te bekennen. Her en der komen we door forse plekken waar recent en lang geleden bosbranden woedden. Maken een noodstop voor een echidna (ja, dat moesten wij ook even opzoeken) en zien zowaar her en der wat kangoeroes; onze eerste kennismakingen met de echte Australische fauna (die muggen uit de Blue Mountains tellen we even niet mee).

We slapen in Khancoban, ooit gebouwd om de werkers aan het Snowy Scheme te huisvesten. Nu is het zo’n dorpje waar niets gebeurt….je weet wel, de beginscène van een Amerikaanse film waarin de suburb er vredig bijligt, en iedereen binnen of achter in zijn tuin is (maar ondertussen iets gruwelijks aan de hand is?)? Zo dus ongeveer. En een supermarkt vol diepvriespullen, want “het is laagseizoen”. Ondertussen wordt het steeds rustiger hier; deze weg wordt verder die echt alleen maar gereden wordt door wintersporttoeristen en de monteurs van de Snowy Scheme. We hobbelen langzaamaan richting de andere kant van de mountains. Elke brug/kreek/zandpad hier lijkt wel vernoemt naar de gemoedstoestand van de pioniers die hier hun brood probeerden te verdienen, het klimaat wat ze tegenkwamen of de weerbarstige natuur die overwonnen moest. Namen als Miserabel Cove, Deadly Creek, Boring Hole, Dead Horse Gap etc. geven aan dat het niet hier niet altijd zo prettig vertoeven is geweest.

We arriveren aan de voet van Mt. Kosciusko; de hoogste berg van Australië. We hebben er een geweldig uitzicht op, en maken een ritje naar een informatiepunt op ongeveer 1500 meter. Na wat aarzeling (het weer, onze conditie…, niet noodzakelijk in die volgorde) aan het ontbijt de volgende dag toch de knoop doorgehakt; die berg gaan we op vandaag! En wat een geweldige wandeling is het; de eerste paar honderd meter lopen we nog tussen de snowgums (enige bomen die hier groeien (met een geweldige bast, lijkt van dichtbij wel echte huid)), maar we lopen al snel tussen het niets. Nou ja, niets…mossen en hele lage struiken gevoed door talloze stroompjes. Uiteindelijk zijn we een uurtje of drie onderweg naar de top. En dan staan we daar, op het hoogste punt van het Australische ‘vaste’land. Dat is dan wel maar 2200 meter hoog, maar genoeg voor klein minizonnesteekje vandaag! De terugweg gaat een stuk sneller, en uiteindelijk zijn we met de 18 kilometer een kleine 5 uur bezig. Met die conditie is het zo slecht nog niet dus, we hebben zelfs nog energie over om een stukje te rijden. Onderweg naar Canberra gaan we.

 

Kociuszko; gekke naam voor een berg in Australië? Hij is door een Poolse ontdekker zo genoemd vanwege de gelijkenis met de Kosciuszko berg in Krakow, Polen (die weer naar een Poolse generaal werd genoemd). Tot aantal jaren geleden was de berg naast de huidige de hoogste van het land en heette die Mt. Kosciuzko. Toen men erachter kwam dat dat niet zo was hebben ze eenvoudig de namen van de twee bergen omgewisseld! Stuk makkelijker dan het opnieuw drukken van allerlei brochures, lesboeken en t-shirts.

Op de kaart zagen we het al staan, maar we wisten niet precies wat we ons erbij voor moeten stellen: het Canberra Deep Space Communication Complex. We moeten er een klein ommetje voor maken, en een hek door waarop staat dat we beslist onze telefoons NU moeten uitschakelen. Een heel stel grote radiotelescopen (eentje van 70 meter diameter) in het midden van niets; een paar ervan nog steeds in gebruik (eentje is er in reparatie nu; aan de informatiepanelen te zien met aan binas denkende berekeningen erop met een heel ingewikkelde manier om dat enorme gewicht op de millimeter waterpas te houden). De oudste van de telescopen speelde een grote rol in het Apollo-programma; hij/zij stuurde bijvoorbeeld de beelden van de landing op de maan door naar de televisie-stations (leuk verhaal over hoe dat bijna niet gebeurde). Die is niet meer in gebruik, maar staat heel trots op het terrein nog steeds heelalwaarts gericht. Tentoonstellingkje eronder is heel verhelderend en vol met allerlei anekdotes en grappige voorwerpen (bijvoorbeeld de ecg’s van de astronauten die hier werden bijgehouden, of een verzameling ruimtevoedsel (Jetsons!)). De poort uit mochten we de navigatie weer aanzetten…en dat hielp, wat we waren zo in Canberra, maar daarover: later meer!

Bekijk alle foto’s uit New South Wales hier

 

Heb je een mening? Of opmerkingen?