Van Melbourne tot aan de grens met West Australië

Januari. Great Ocean Road, Adelaide, Eyre Peninsula. Terwijl in Nederland gesproken wordt over een Elfstedentocht rijden wij door het hartje van de zomer hier en testen de kwaliteit van onze air-conditioning. (alleen foto’s kijken? dat kan hier)

Vanuit Melbourne rijden we via Geelong en Torquai (waar Ripcurl en Quicksilver ooit begonnen als wetsuit merken) rijden we naar Apollo Bay, wat halverwege het pretpark wat de ‘Great Ocean Road’ heet ligt. Zeker nú midden in het hoogseizoen is het hier langs die ‘drive of lifetime’ flink druk… en potverdorie; we rijden ook nog eens de regen in! Maar goed, regen op het ijzeren dak of met regen in de tent klimmen voelt heel anders… Aan de ravage te zien ‘sochtends kwam er midden in de nacht naast dat getik van regen waarschijnlijk ook het geluid van voorbijwaaiende voortenten, opblaashaaien en vloekende papa’s en mama’s voorbij. Nou ja, wij sliepen er heerlijk doorheen ;-). Hoogtepunt overigens van die eerste dag zijn de koala’s die we spotten in de bomen bij Kennet River (die kunnen we ook afvinken van de wildkijklijst nu). Hartje zomer hier dus nu; we lezen vandaag dat het Australische KNMI een nieuwe kleur aan hun temperatuurschaal heeft moeten toevoegen. In het binnenland, niet heel ver van ons vandaan gaat het aanstaande maandag en dinsdag maar liefst 52 tot 54 graden kunnen worden. Dus….na het dieprode blokje dat 50-52 graden aangeeft hebben we nu ook paars; tot 54 graden! Tja…wat ons betreft is de schaal vanaf 40 graden eenzelfde kleur; ‘verschrikkelijk heet!’. En met die warmte komen de bosbranden. In New South Wales, maar vooral op Tasmanië gaat het stevig tekeer. Blijkbaar zo stevig dat het wereldnieuws is: de mailtjes uit Nederland, om te vragen of we wel veilig zijn, bereikten ons eerder dan we het hier doorhadden. Terwijl schijnbaar half Tasmanië in de fik staat zeggen ze hier overigens nonchalant: ‘1983 dat was pas brand’ of…’Ach, die jongens en meiden van het nieuws hebben Ash Wednesday niet meegemaakt’!

De tweede dag Great Ocean Road is een stuk leuker; we maken in de ochtend een forse hike naar Shelby Beach en zijn na een stevige koffie klaar voor de rest van “the Road”. En die is zoals je hem kent van de plaatjes; hoge kliffen en enorme rotsformaties in zee. Mooi dagje rijden dus!

De dagen erop rijden we verder de kust langs. We blijven een paar dagen in Warrnambool, maken er de plaatselijke kermis mee en belanden op een clubbijeenkomst van antieke auto-liefhebbers, we zien onze eerste wilde emu’s in Tower Hill, bezoeken een zeeleeuwenkolonie in Bridgewater (waar we vanaf de klif de zeeleeuwen zien jagen op een forse school zalm) en bezoeken een versteend bos (wat uiteindelijk geen versteend bos bijkt te zijn, maar wortels die verkalkt zijn) en genieten van het geweld van de zee die hier voor het eerst sinds Antarctica land tegenkomt.

We rijden de grens over met South Australia, waar we ons enige stuk fruit bij de quarantaine-post inleveren. Wij rijden een stukje het land in en komen terecht in Mount Gambier. Stadje is niet heel geweldig, maar de overnachtingsplek wel. We staan op de showground, waar eens per maand de veemarkt is, en wat minder regelmatig een paardenrace. En de bezoekers daarvan moeten ook overnachten dus is er een soort mini-campingkje gemaakt. ‘sAvonds stroomt het terrein in eens vol; de kwalificaties voor de race van aanstaande zondag worden gehouden!

Vervolgens volgt een week of twee van mooie vergezichten langs de kust in onder andere Beachport, Coorong en Deep Creek National Park. Vrijkamperen met niets dan het geluid van de zee in de achtergrond en niemand anders in de wijde omtrek.

 

 

We rijden langzaam aan in de richting van Adelaide. Net onder die stad ligt de Barossa Valley, een wat kleiner wijngebied dan de Hunter Valley, maar een stuk minder pretentieus. En…naast wijn uiteraard ook kaas (en zelfs chocolade en drop). In ieder geval één avondmaal is binnen dus! In dit gebied wordt ook de Tour DownUnder nu gereden; heel veel fietsers op de weg dus; net als thuis 😉

Een dag of drie brengen we door in Adelaide. Veronique werkte hier 14 jaar geleden een hele tijd in een hostel. Dat hostel is er niet meer vinden we uit, en ook heel veel andere plekken zijn nogal veranderd. Maar goed, nog steeds een prima stad om even de voorraden aan te vullen, wat cultuur te snuiven via het ondertussen in een State Capital verplichte bezoekje aan de Art Gallery (opnieuw wow, wat een collectie!) en wat te winkelen/uit eten te gaan.

Dagen hierna gaan snel voorbij. We besteden ze aan een rondje rondom de punt van de Eyre Peninsula; we overnachten op een rodeoground die al jaren niet meer gebruikt wordt, hebben de eerste en tweede lekke band met dezelfde band binnen 24 uur, zien onze eerste dolfijnen bij Point Lowly, belanden op het jaarlijkste tonijngooifestival in Port Lincoln, komen terecht op de witste en leegste stranden tot nu toe in Coffin Bay National Park, lopen rond in een paar heel bizarre grotten en zien een zonsondergang vanaf heul hoge duinen in Fowler’s Bay! En dan…staan we aan de rand van de Nullarbor Plains, op de grens met West Australië!

 

Bekijk alle foto’s bij deze update: hier

Heb je een mening? Of opmerkingen?