Van Cradle Mountain tot … Schiphol

We eindigden de vorige keer met de observatie dat Cradle Mountain wel iets bijzonders moest zijn, met alle foto’s ervan op ansichtkaarten, t-shirts, snowglobes etc. En ja hoor, de bijzonderheid merkten we al voor we bij de berg zijn. Terwijl we vanaf de kust langzaamaan stijgen richting het centrale gebergte waar Cradle Mountain onderdeel van is (overigens net als Lake St. Clair wat we een aantal dagen geleden bezochten) begint het op een meter of 600 hoogte ineens te sneeuwen.

Cradle Mountain - SneeuwEn niet zo’n beetje ook! We rijden de laatste kilometers naar het park heel voorzichtig. Want strooien deden ze niet, en winterbanden hebben wij niet. Maar, in de kampkeuken staat het haardvuur al aan en we lunchen lekker met uitzicht op het winterwonderland buiten. Na de lunch is de sneeuwval opgehouden en vertrekken we het park in.

Dé wandeling hier is de Dove Lake Circuit-walk. In de zomer schijnbaar filelopen, nu verlaten! En het is me er mooi! Het uitzicht over het meer en de erin weerspiegelende berg is inderdaad om in te lijsten. De wind en sneeuw kunnen ons niet echt deren zo (we hebben allebei alles aan wat we bij ons hebben zo ongeveer); we lopen dolgelukkig foto’s te maken in de krakende sneeuw. Het uitzicht over het meer richting de besneeuwde toppen was majestueus.

Cradle Mountain

Een dag later wordt onze langere hike gedwarsboomd. De sneeuw is weg en helaas niet van de lentezon. We hoorden het al regelmatig op het dak vannacht; regen. Niet van die hele aanhoudende, dus we wagen het er wel op om onze wandelschoenen weer aan te trekken. We willen een stuk lopen van de Overland track (die 100 km lange wandeling die hier eindigt) maar bij instappen in de bus begon het alweer te regenen en dat stopte helaas niet (de komende 24 uur zou later blijken). En om nou te zeggen dat we echt gekleed zijn op 3 uur regen in maximaal 10 graden; nee. Dus; na de eerste twee km toch maar omgekeerd. We komen zeker een keer terug als het zomer is! We blijven wel wandelen; alleen de andere kant op. Nu grotendeels met de wind in de rug en door het bos lopen we de 7 kilometer naar het bezoekerscentrum terug. We volgen de Cradle Creek die boordevol langszij stroomt.

Cradle Mountain - Wombat

Én, we waren er al voor op de uitkijk, maar zagen er nog geen: de W is van wombats! Dat zal ons waarschijnlijk het meeste bijblijven van deze wandeling. Niet dat we het geweldige winter wonderland snel zullen vergeten hoor; maar die illustere wombat stond al zo lang op de verlanglijst; dat we daar nu eindelijk een vinkje bij kunnen zetten, daar kan geen panorama tegenop! Terwijl we allebei met enige regelmaat de heuvels afspeurend bijna van de vlonder afstorten ziet Veronique er ineens eentje heel dichtbij. En ook al was dat dichtbij genoeg voor een close-up, hij was zo druk bezig met zijn klomp gras dat we enkel een paar mooie foto’s van een behaarde rug hebben geschoten.

De T is van Tasmaanse duivel dan? Yep, we besluiten toch, ook al is het misschien een tikje te toeristisch, de devils te gaan bekijken.

Cradle Mountain - Tasmanian Devil

De Tasmaanse duivel is een klein vleesetend buideldier, waarvan het voortbestaan bedreigd wordt door een zeer besmettelijke mondkanker. Zomaar ineens kan een beestje een grote tumor krijgen, voornamelijk rondom mond en neus, die hem het eten zo moeilijk maakt, dat ze overlijden van de ondervoeding. Er zijn een aantal populaties van dit, alleen op Tasmanië voorkomende, beestje, die vooralsnog gevrijwaard zijn van de ziekte en die op een heel aantal plekken in het land in quarantaine zijn geplaatst. Sommige ervan zijn te bezoeken, want het onderzoek naar de ziekte, de bestrijding ervan en de bescherming van deze beesten ertegen, kunnen elke steun in de rug gebruiken. Het helpt dat de aaibaarheidsfactor van het beestje nogal hoog is (wat de naam niet doet vermoeden idd); zelfs vandaag in de stromende regen en kou zijn er toch heel wat mensen die overdag naar een nachtdier komen kijken. Gelukkig maar, want de opvang draait voor een groot deel op donaties, vrijwilligers en onze entree. Wat een leuke beesten ook!

Uiteindelijk rijden we rond een uur of twee weg en zetten koers naar….. tja, wat gaan we eigenlijk nog doen de komende twee dagen voor onze boot vertrekt naar het vasteland? We besluiten een stukje langs de bergen te blijven rijden; iets naar het oosten ligt Nationaal Park Walls of Jerusalem. Een nogal hardcore wandelgebied en dat gaan we er dus ook niet doen, maar er is iig een uitkijkpunt waarvan we in Launceston zo’n prachtige foto zagen (uit 1890 oid) dat we die graag in het echt willen bekijken. Ook maken we alvast een afspraak voor een busbezichtiging want ja..onze trouwe reisgenoot van het afgelopen jaar staat al even op de Australische Marktplaats.

Dag erna rollen we op het gemakje door de bergen heen, zondagochtend en dus nog rustiger dan anders ;-). De laatste 14 kilometers gaan onverhard steil omhoog. En helaas, hoe hoger we komen hoe meer regen. We maken ons al een beetje zorgen over de weg terug naar beneden, de weg is nogal klei-ig en glijdt omhoog al in sommige bochten. Maar goed, de weg is lang en bochtig en om de laatste bocht schijnt de zon al weer. Alleen, die zonwarmte achter het raam is nogal bedrieglijk; hier op hoogte is het goed koud! Alles weer uit de kast en aan dus…. we wandelen we nog een stuk omhoog en komen dan, op 1200 meter, uit bij Devils’ Gullet. Een uitkijkplatformpje steekt een stukje uit over de klifrand die ruim 200 meter loodrecht naar beneden gaat! Om ons heen niets dan rotswanden en heel verre uitzichten. De wind die hier tegen de wand aanbeukt kan maar één kant op, omhoog! En doet dat vandaag met volle overtuiging! We proberen van het uitzicht te genieten op het uiterste randje uiteraard, maar worden er bijna vanaf geblazen; de wind giert door het platform heen en maakt ons heel snel heel koud. brrrr.We schieten wat verkleumde foto’s; helaas niets zo stoer als de uitkijkfoto die ik in het museum zag ;-). Wat een plek zeg…ontzag voor natuur etc! We glibberen in het busje over de verse klei naar beneden. We hoeven op onze laatste dag op Tasmanië hemelsbreed vandaag maar een kilometer of 70, maar besteden de komende 200 kilometer aan het binnendoor en nog binnendoorder rijden naar Penguin. Brengen een bezoekje aan de Leven Canyon (waar we maar liefst 697 treden omlaag de gorge inlopen!), wat watervalletjes (oa de Preston Falls) en genieten van héél groene uitzichten hier (Gunn Plains), we brengen ook een bezoekje aan de dorpjes Paradise en Nowhere Else en dan…. zien we de zee liggen! En de strakblauwe lucht erboven; wat een heerlijk weer ineens! Onze laatste nacht op Tazzy brengen we na het nuttigen van een nogal overdadig zeeplateau door op een hele mooie plek; een kampeerplek tussen klifwand en zee in (hopen dat het geen stormvloed wordt vannacht…).

We nemen gepast afscheid van Tasmanië met een fors zeeplateau en Tasmaanse wijnen en rijden de boot naar Melbourne op. Heel, heel gek, laten we het eiland waar die ‘mythische’ eindbestemming van onze reis lag gewoon achter ons! Met de stellige belofte er ooit eens heen terug te keren.

Op de Spirit of Tasmania

En dan ineens gaat het hard! We gaan druk aan de slag met het verkopen van de bus. In de laatste week hier moeten we hem helaas nog wel zelf ook roadworthy (APK) krijgen en worden we wel of juist niet opgelicht met de verkoop (we zijn er nooit achter gekomen, maar weten in ieder geval dat we voor een potentieel verkoop hoogstwaarschijnlijk teveel geld aan een reparatie uitgaven…) en genieten ondertussen met volle teugen van het werelddorp Melbourne. Uiteindelijk verkopen we de bus (aan een Nederlander, net als wij hem kochten van een Nederlander…), krijgen daadwerkelijk alles uit het busje teruggepropt in twee rugzakken en besteden vervolgens een volle dag aan het zoeken van een zonbestemming onderweg naar Nederland. Even nog wat zon opslaan (en uiteraard de afgelopen drukke weken verwerken) voor we in de winter thuiskomen!

IMG_0049

Het werd Thailand, om specifieker te zijn Koh Samui. Niet veel over te vertellen hoor: lekker hotel, lekker eten, prima weer, zwembadje in en uit, lekker uit eten en massage nemen, potje duiken bij Koh Tao (mijn diepste dive ever: 45 meter!), met gehuurd brommertje het eiland rond, door een hond gebeten worden (zo…wat een gedoe leverde dat op zeg!), hadden we goed uit eten al genoemd?; oftewel het er even van nemen en de terugkeer naar dat koude Amsterdam nog even uitstellen!

Lazing Away An Afternoon in Hotel Lana

 


 

En dan, op 16 november 2013 zit het er echt op….we vliegen van Koh Samui naar Amsterdam. Familie en vrienden staan ‘s ochtends in alle vroegte op Schiphol, we snellen naar de stalling om ff in Carl te zitten, vliegen naar een andere opslag om onze winterkleren te halen, zijn druk met ons tijdelijke huis in te richten en overal borrels te drinken en ervaringen te delen…

Amsterdam – Hobart 2012 – 2013 zijn 19 onvergetelijke maanden geweest. Met indrukken en ontmoetingen waar we de rest van ons leven nog aan terug zullen denken! Lifechanging mogen we de trip zeker wel noemen. Dus dat er nog maar vele mogen volgen…

Leuk dat je meelas, tot een volgende!

 

Alle foto’s bij dit stuk bekijken? Hier!