Tasmanië – de eerste tien dagen

Melbourne – St. Helens (900 km, 10 dagen) – Waar we de vorige keer mee afsloten; in de buurt van ons einddoel komen we! Hemelsbreed is het nog 600 kilometer naar Hobart. Maar, daar liggen een fors stuk water, een hele hoop bezienswaardigheden en heel veel natuur tussen. Dat zal wel een veelvoud van die 600 kilometer worden dus!

We zijn erg benieuwd naar Tasmanië. Een vrij compact eiland, met veel onaangetaste wildernis, veel (niet altijd even leuke, maar zeker het bezoeken waard) geschiedenis, een diverse productie van gourmet eten en drinken en een uitgebreide moderne kunstscene. Op pad!

For SaleDie hoop water die we overmoeten is de Bass Strait, een zeestraat van ongeveer 250 kilometer breed die het ‘vasteland’ van Tasmanië scheidt. Die moet je over met de veerboot, in ieder geval als je je eigen huis mee wilt nemen. Maar; de boot is de eerstkomende zeven weken volgeboekt (in ieder geval voor een overtocht mét hoog voertuig)!!!! Een plek op de wachtlijst dan maar en hopen op een annulering. Want Melbourne vinden we een leuke stad, misschien wel de leukste in Australië, maar voor zeven weken? Ach, het geeft ons in ieder geval wel wat tijd om warme(re) kleren te kopen voor het staartje winter wat we aan de overkant gaan aantreffen en ook tijd voor een eerste poging om onze bus te verkopen.

Dat lukt niet; de Spanjaarden voor wie we een heel eind het land weer inrijden laten na een proefrit niets meer van zich horen, én we worden gebeld dat we ‘morgen’ mee kunnen met de veerboot. Snel terug dus. Achteraf prima ook dat die verkoop niet doorging; Tasmania blijkt een stuk beter te bereizen met je eigen wheels dan met het openbaar vervoer! Maar goed, daarmee lopen we op de zaken vooruit, dat weten we in ieder geval nog niet zeker wanneer we, nog mét ons campertje dus, inschepen op 28 september om 22 uur ‘s avonds op de ‘Spirit of Tasmania’. Als we de VVV aan boord plunderen voor leesvoer blijkt hoe weinig we behalve de algemene termen nog weten van onze eindbestemming; één grote verrassing dus!

Spirit of TasmaniaOver verrassingen gesproken; na 429 kilometer varen en 11.5 uur pogingen doen om te slapen blijkt het bij het binnenvaren op Tasmanië te régenen! Nogal. Hard. En al lang ook. Beetje jammer van zo’n eerste kennismaking, maar ‘mooi groen hier dus’ zoals ze in Nieuw Zeeland altijd zeiden!

We rijden de pont af in Devonport. Van de drie mogelijke richtingen besluiten we de linker te verkiezen; we gaan met de klok mee het eiland rond! Dat eiland is nu nog in diepe rust, en aangezien we niet ver willen rijden vandaag zijn we een kleine twee uur later al op onze eindbestemming vandaag. Aangezien de winkels daar nog dicht zijn op deze zondag en de lokale markt hier een rommelmarkt blijkt te zijn, rijden we een stukje door naar Evandale. Een dorpje dat zo het museum in zou kunnen, een bijna eng goed geconserveerd straatje met mooie kerk/kroegen/huisjes uit het midden van de vorige eeuw. Maar dan nu eens echt leuk en niet voorzien van al die hippie-crap. We doen een rondje in de regen over de markt, scoren van een al inpakkende mevrouw een lekkere jam en troosten ons met een kop koffie. En een heel goeie scone. En aangezien dat rond 11:00 de eerste koffie van de dag is smaakt ie dubbel goed!

Bij aankomst op de camping in Myrtle River blijkt die naamgevende rivier hier zo ongeveer halverwege het kampeerveldje te zijn gekomen de afgelopen dagen; we bekijken het met argusogen en besteden de rest van de storm/regenachtige middag gezellig in de bus met het plannen van de route over het eiland onder het genot van de kazen/worsten van de markt. Niet heel groot dat Tasmanië, maar die op ons visum resterende week of vier gaan wij er zeker wel kunnen volmaken!

Slippend rijden we de rivier uit in de ochtend, stoppen even bij het douchegebouwtje, en rijden de stromende regen in! Echt genieten is het helaas niet: het landschap loopt over hier! Niet alleen nog steeds uit de lucht, maar werkelijk overal komt water vandaan/af lopen. Elk weiland staat vol plassen, elke kreek overstroomt kolkend en elk schaap in zijn natte jasje kijkt ons mistroostig  aan ;-). Op de radio horen we over afgesloten wegen en maar liefst 7 cm regen vannacht. Ook voor hier dus uitzonderlijk.

Esk - Cataract GorgeLaunceston is onze eerste officiële stop: de stad is al in 1806 gesticht, en daarmee een van de oudste steden van Australië.
Vlak bij de stad ontstaat de Tamar-rivier uit twee zijrivieren; de Northern en Southern Esk. Die Southern Esk komt via een een heel mooie gorge de stad binnenstromen, die heel goed langsbewandelbaar is, en zeker met al dat water erg indrukwekkend oogt. Aan het einde van de gorge, net om de hoek, ligt in een kom een enorm buitenzwembad; bizar gezicht, die grijze, natte rotsen en een onberispelijke felgroene grasmat met helblauw zwembad erin!

Launceston - QMAG, WorkshopsWe bezoeken in de stad ook de Queen Victoria Museum and Art Gallery. Daar is nu een tentoonstelling van lokale natuurfotografie van de afgelopen 100 jaar; die natuur ziet er inderdaad erg veelbelovend uit! Het andere deel van het museum is gehuisvest in de oude treinfabriek van de stad en exposeert voornamelijk van alles over de natuur, geologie en geschiedenis van het eiland. En je kan er nog steeds door de oude loodsen van de fabriek rondlopen. Het ziet eruit alsof iedereen een dag vrij heeft en morgen weer aan de slag gaat. Alleen klopt dat dan weer niet, maar de toen gemaakte geluidsopnames terwijl de fabriek draaide die door de hallen klinken geven je zeker dat idee.

Die natuur maar eens opzoeken nu: het weer klaart op en de foto’s inspireerden! We rijden een stukje noordelijk, naar de kust toe. Hiervandaan vertrekken al meer dan 150 jaar de pilots (loodsboten) die de schepen hier de Bass Strait doorhelpen; een nogal verraderlijk stuk water. Daar kan je je vandaag alles bij voorstellen, we zien golven van 6-7 meter hoog het strand opknallen. Het waait dan ook heel fors, we blijven amper rechtop staan als we bij de vuurtoren aankomen. Low Head - LighthouseMaar, een geweldig uitzicht aan drie kanten over het water heen: de baai, de monding en de zee. En overal witte koppen op de enorme golven. Wat een geweld! Die natuur hier op het eiland is nogal in your face.

En zeker vanavond, want we gaan mee op excursie langs de kust om hem van heel dichtbij te bekijken. Er is hier een kolonie pinguïns die elke avond na het zwemmen/vissen hier aan land komt en hun nesten opzoekt. Elke avond zorgen plaatselijke vrijwilligers dat de toeschouwers de pinguïns niet in de weg lopen. We zijn vroeg in het seizoen hier en er is bijna niemand. Maar dat laat de pinguïns niet hinderen; juist niet! Met drie jassen aan tegen de kou, staan we bij het vallen van de schemering te kijken naar een waanzinnig schouwspel. Honderden pinguïns buitelen door de branding heen en vinden, richting gegeven door luid kraaiende/piepende voorgangers, hobbelend hun weg naar hun nesten. ‘Zo schattig, je zou er zo eentje mee willen nemen…’.

We rijden door de Tamar Valley naar Bridport, een nog nog uitgestorven vakantie dorpje, waar we heerlijk aan het strand wandelen. Het zonnetje schijnt immers weer! We rijden de heuvels van het binnenland in en bezoeken Bridestow Lavender Estate, een in 1921 opgerichte lavendelboerderij, die intussen de grootste ter wereld is, en op biologische wijze lavendelolie maakt die zuiverder is dan die in de Provence (wat ongetwijfeld ook te maken heeft met de zuiverheid van de lucht hier: meest schone lucht ter wereld hier schijnbaar, sorry van onze uitlaatgassen..). De rollende heuvels staan zover je kan zien beplant met lavendel; de bloemen zijn nu helaas nog niet in bloei, dat gebeurt pas aan het einde van de zomer, maar gelukkig (en uiteraard) is er in het winkeltje genoeg van vorig jaar te kopen om ons busje fris te laten ruiken. En tja, een plak cake met lavendel, is ook niet te versmaden.

We eindigen in Scottsdale, waar we een volgend vinkje op onze te-spotten-fauna-lijst kunnen zetten. Na verschillende pogingen de vermaarde platypus te zien, staan we nu gekampeerd aan een meertje (nou ja, vijver) midden in het dorp waar er zich schijnbaar een aantal ophouden. Op precies het goede moment, net voor de avond valt, sluipen we naar het meertje, maken geen geluid en houden onze adem in op de steiger. Platypus. Finally.En al na tien minuten ingespannen turen wordt de ‘inspanning’ beloond; zo rustig als een boomstam, en er op de foto’s ook helaas niet van te onderscheiden, zwemmen er ineens twee voor ons langs. Ze dobberen naar het midden van het meertje, kijken een beetje om zich heel en slobberen onverstoorbaar door. Heel lang kunnen we er niet van genieten helaas, na een paar minuutjes verdwijnen ze in het riet om niet meer terug te komen, maar ‘vink’! Nu nog een Wombat en een Tasmaanse duivel en de lijst is compleet.

We rijden lekker ver en onverhard, door een heerlijk geurend bos van ti-tree’s en eucalyptussen om in Legerwood de ‘carvings’ te bezoeken. Bomen die in 1918 werden geplaatst ter nagedachtenis aan de 7 in Europa omgekomen soldaten uit het gehucht moesten eind vorige eeuw gekapt worden wegens ziekte. Het dorp, bang dat hiermee ook het memorial zou verdwijnen, huurde een kettingzager in om de stronken te verhoutsnijwerken tot beelden van de omgekomen soldaten. Die Eerste Wereld-oorloggeschiedenis is hier zoveel levender dan bij ons in Nederland (ook nogal vanwege de enorme aantallen gesneuvelde mannen/jongens). Elke keer weer mooi om te zien hoe gemeenschappen er elk op een andere manier gedachtenis aan geven.

Legerwood CarvingsWe rijden vervolgens een stuk van de Trail of the Tin Dragon richting Derby.De Chinese geschiedenis van deze regio wordt langs deze route herdacht. Ruim 1000 Chinese mijnwerkers kwamen naar de Noord-Oosthoek van Tasmanië rond 1870, werkten in de mijnen en bouwden hun eigen gemeenschappen op, afgezonderd van de westerse bewoners. In tegenstelling tot hun Europese collega’s haalden zij hun gezinnen niet deze kant op, en bleven zij ook niet hangen nadat de mijnen sloten maar gingen terug naar China. Hun geschiedenis hier is dus grotendeels verdwenen. Vast ook ingegeven door de Chinese toeristendollar is er de laatste jaren meer aandacht voor die verhalen. En dat betekent dat er nu een mooie route loopt, met toelichtingsborden bij een ooit overwoekerde Chinese begraafplaats, een replica van een verbrandingstoren, de ingang van het eerste casino in Tasmanië en een klein museum in Derby, waar een dam om het tin te helpen ‘oogsten’, aangelegd boven het dorp ooit brak en miljoenen liters water eruit vele mensen met zich meesleurde. Mooie en opnieuw keiharde tweede geschiedenisles van de dag.

Iets luchtiger nu? We rijden Derby en de glooiende heuvels uit en slingeren we ons vervolgens door een bijna Alpen-achtig gebied; wel niet van zulke hoge toppen, maar rotsachtige wanden, soms onderbroken door groene weiden met grazende koeien. En zelfs de huizen doen Oostenrijks aan! We maken een wandeling naar de St. Columba Falls, 90 meter hoog en nog steeds bezig de regen van de afgelopen weken naar beneden te laten donderen. En genieten een stukje verderop van de #1 cheddar op het eiland en een glas échte melk bij de Pyengana Dairy Company (we zeiden toch dat het aan de Alpen deed denken hier?). En natuurljk nemen we genoeg kaasjes mee voor de borreltijd de komende dagen!

 

 

 

 

En over die komende dagen? Volgende keer meer! Eerst ff kaas.

 

Heb je een mening? Of opmerkingen?