Sibilini en Tarquinia

11 – 14 juni. Richting Rome dus. En dat kon, nadat we bijna een week in het o zo rustige Sirolo hadden gebivakkeerd, niet zomaar ineens. Die schok zou te groot zijn immers. Gelukkig moeten we eerst het land nog doorkruizen van ‘oost naar west’. Onderweg komen we nationaal park Monte Sibilini tegen. Hier reden we twee dagen alleen maar bergweggetjes; Carl en onze rijkunsten testend. En gelukkig, met vlag en wimpel zijn we alledrie geslaagd. Dat Sibiline is een prachtig park (zal ongeveer zo groot zijn als de Veluwe), wat geheel op hoogte ligt. Dus, je rijdt het gebied in via een steile bergweg (in ons geval vanuit Norcia…waar ze bekend staan om hun wat ze met varkens kunnen doen (qua vleesbereiding dan)), bent dan direct op hoogte (1600 mtr ongeveer) en rijdt eigenlijk vanaf dat moment heel grillige heuvels tot je aan de andere kant er weer uit gaat (snap je?). Nou ja, in ieder geval erg ruig en waanzinnig mooi. Hoogtepunten zijn de Grand Piano, een 16 km2 grote vlakte die in het voorjaar, maar wij konden nog genieten van een restje, helemaal volstaat met lupines, klaprozen, lavendel en koolzaad en de kudde zwijnen die we op een bergwand spotten. Zie de foto’s maar.

Via een droge rivierbedding net buiten San Pellegrino  waar we de eerste echte proef met de bus doorstaan (lijkt net een echte weg hoor, op de navigatie!) komen we in Tarquinia, waar we een bezoek brachten aan een oude Etruskische begraafplaats. Deze Etrusken, de min of meer oorspronkelijke bewoners van het gebied boven Rome, begroeven hun doden in ondergrondse tombes. Tot op heden zijn er in de buurt van Tarquinia een kleine 6000 gevonden, waarvan er 60 te bezoeken zijn. En dan rijden we ineens tegen de Middellandse zee aan. En is het nog maar even naar beneden voor we in Rome zijn. Hoe hard de zee ook lonkt!

Heb je een mening? Of opmerkingen?