Ommetje Outback Queensland

Finch Hatton Gorge – Cania Gorge (2842 km, 21 dagen) – Dat nadenken over hoe we de komende weken verder zuidelijk rijden gaan, moeten we maar eens aan de kust doen. We rijden richting de Capricorn Coast, zo genoemd omdat de streek zich ongeveer op de steenbokskeerkring bevindt: de parallel ten zuiden waarvan de Tropen min of meer ophouden. En dat voelen we: het weer wordt er niet warmer op!

Verstekeling

En dat het kouder is geworden betekent ook dat dit een goed moment is om onze verstekeling vrij te laten; die kan ongetwijfeld nog minder goed als wij ondertussen tegen koude temperaturen. Geen idee hoe lang hij/zij al meerijdt, maar de lift is voorbij!

We kamperen al plannend een paar dagen in Yeppoon en buurdorp Emu Bay, uitkijkend op de Keppel Islands.  Die zijn in 1770 op de kaart gezet door Captain Cook en vernoemd naar zijn admiraal (wat wordt herdacht met een vrij bizar kunstwerk). En van dat soort weetjes vormen de komende weken een rode draad; we besluiten namelijk over deze breedtegraad te blijven rijden terwijl het zuidelijker lente wordt, en gaan dus logischerwijs naar Longreach; de meest westelijk gelegen plaats hiervandaan in de Outback. En aan het einde van onze beoogde route ligt de Stockmans Hall of Fame; een soort bedevaartsoord voor Ozzies, waar de Europese pioniers/ontdekkers worden herinnerd.

Maar goed, dat ligt 850 kilometer verderop: daar doen wij tegenwoordig wel een week over ;-).

Eerste stop, onverwachte afslag naar links. Na een kilometer of 200 op deze Capricorn Highway (of Route 66) een afslag naar Black Down Tablelands National Park. Backdown Tablelands - ViewNog niet eerder van gehoord, maar het heeft volgens het bord een kampeerplek, dus als het iets is kunnen we nog blijven tukken ook!
Een kronkelige en vooral steile weg omhoog die de versnellingsbak goed ruikbaar maakt laat ons uitkomen bij de Horseshoe Lookout. Die weg bracht ons geen berg of heuvel, maar een plateau op, met om ons heen bomen zover het oog strekt; in de vallei beneden en tegen de wanden van de bergen rondom op. We wandelen de Two Mile Creek af tot de plek waar die het plateau als waterval afrolt (ik zou inderdaad liever afdondert willen zeggen, maar veel regen is er niet gevallen de laatste tijd), en pakken er nèt de zonsondergang mee. In het donker rijden we de laatste 8 kilometer onverhard verder en komen op een verlaten kampeerplaats aan; snel soepje maken en onder de wol: we zitten op een paar honderd meter hoogte in een heldere nacht: fris!!!

Moon over Blackdown Tablelands NP

We vermaken ons de volgend dag op de wat saaie resterende bochtenvrije kilometers van de ‘highway’ met het bedenken waar plaatsnamen als Jericho, Alpha, Barcaldine toch vandaan komen, en voor we het weten zijn we in Longreach. Nou, dat missen doe je niet makkelijk, want daar, midden in een weiland staat een vliegtuig geparkeerd wat je al op kilometers afstand ziet staan. Yep, we zijn weer in de buurt van één van de eerste vliegvelden waar Qantas op vloog, en dat wordt herdacht. En, herdenken doen ze hier sowieso met verve, Longreach is de locatie van de Stockmans Hall of Fame, het museum/eerbetoon/herbelevingscentrum voor de geschiedenis van de outback. Zoals eerder gezegd, heel veel geschiedenis is hier niet, dus een must-do voor elke Australiër (zo te zien voornamelijk op de oude dag), en eerlijk is eerlijk: de 800 kilometer omrijden waard! zelfs nog wat Nederlands!Een prachtig gebouw, met in het ontwerp terugkomende karakteristieke outback-‘architectuur’-kenmerken als silo, golfplaat en veranda, gevuld met een heel aantal erg mooie tentoonstellingen waar de pioniers van dit ooit zo onherbergzame gebied worden herdacht. De westerse pioniers dan wel te verstaan, want hoe de oorspronkelijke aboriginal-bevolking de Outback al 10000’en jaren wist te bedwingen komt hier niet aan bod. Veedrijvers, telegraaflijnaanleggers, outlaws, grote boeren en ontdekkingsreizigers die we al maanden als straat-, highway-, of kroegnaam tegenkwamen krijgen ineens een gezicht en een verhaal en elk hun eigen ontbering. En uiteraard weer voldoende aandacht voor de Flying Doctors 😉 (en zelfs wat Nederlands te ontdekken op deze kaart).

Capricorn!We gaan niet nóg verder naar het oosten: dan rijden we al bijna weer het rode hart in, we gaan zuidwaarts! Maar niet, na even precies óp de keerkring te hebben gestaan.

De route brengt ons verder naar Blackall, midden in merino-country, waar we een enorme met stoomkracht aangedreven (en nog werkende!) schaapschaar- en wolwascentrale uit de vorige eeuw bezoeken. Blackall is ook de plaats van de Black Stump, een zwarte boomstronk die vroeger voor landmeters de plek aanduidde waar outback echt begon (‘Black Stump’ is nog steeds een uitdrukking in Australië om écht niemandsland aan te duiden). In het pikkedonkere Charleville bezoeken we twee dagen later, twee dagen achter elkaar het observatorium en worden door en door koud bij het sterren en planeten kijken. Na de eerste avond tussen de vele wolken door héél even Saturnus te hebben gezien, is het de tweede avond een stuk raker met haarscherpe blikken op Alpha’s Centauri, Saturnus en een nebula met miljoenen sterren. Yabbies!De ervaringen in de outback wordt gecompleteerd als we op de camping deelgenoot zijn van een BBQ mèt yabby-race!

 

Na in Mitchell elke vermelding van de dorpnaam te hebben gefotografeerd voor een kalender voor onze gelijknamige neef rijden we naar de Carnarvon Gorge. De wandeling die we hier gaan maken is onderdeel van een trail van een kleine 80 kilometer door alle delen van het Nationaal Park. We zijn niet heel vroeg begonnen, en merken dat het druk is in het park (vakantie! daarom was de camping zo duur dus!); we sluiten aan in een rij wandelaars. Na een kilometer of 4 laveren tussen paarse permanenten en grote witte gymschoenen is het vrijwel stil op het pad en worden alleen wij nog ingehaald (door mensen met nog meer Fjall-Raven aan als wij en/of prikstokken en Camelpacks). Het pad kruist een kleine 20 keer de kreek die door de gorge loopt. bruggen zijn er niet, dus het is elke keer weer hoe uitzoeken welke serie stenen je naar de overkant volgen kan. Het gaat zelfs bijna elke keer goed! Bijna drie uur later zijn we 10 kilometer diep de gorge in en staan we in verwondering om ons heen te kijken bij the Big Bend, de plek waar de kreek een bocht van bijna 90 graden maakt, gedwongen door de wanden van de kloof. Imposant gezicht; op sommige plekken is de klif ruim 200 meter hoog. Carnarvon Gorge - Carnarvon CreekWe wandelen terug naar de Cathedral Cave, een enorme overhangende klif waar op de wand talloze aboriginal schilderingen, graveringen en stencils te vinden zijn. Een stuk verderop terug het pad af is de Art Gallery, een nog veel indrukwekkender verzameling van ruim 2000 kunstwerken op een 60 meter lange wand. Deze verzameling schijnt de beste in het land te zijn (wellicht omdat tot in de jaren 60 dit gebied gewoon vee-land was en niet toegankelijk voor mensen?). Carnarvon Gorge - Art Gallery
We zien ‘telramen’ die aangeven dat hier doden in de buurt liggen begraven, graveringen in de vorm van het vrouwelijk geslachtsorgaan en een afbeelding van een lange slang, die vrijwel overal in Australië een centrale rol speelt in het oorsprongsverhaal.

We doen nog een laatste uitstap het pad af naar het amphitheater. Een enorme ‘kamer’ in de rots, alleen toegankelijk door een gangetje in de rotswand. In miljoenen jaren uitgesleten door regen en ander water en nu een open plek met wanden zo hoog als de Gorge. Geen foto doet recht aan hoe imposant het hier is (en zeker niet als je een beroerde fotograaf bent, en het al donkerder wordt…). Carnarvon Gorge - Boolimba BluffEen dag later doen we het laatste beklimmingkje nog eens (wonderbaarlijk zonder spierpijn!); dit uitzicht misten we gisteren in de schemering!

Door naar Cania Gorge, waar we op mijn verjaardag 15 jaar geleden wakker werden met nachtvorst in de tent en de tweede nacht toen een extra deken hebben gehuurd, en dat nu wel eens met mooi zacht voorjaarsweer willen meemaken. Het is prima wandelweer om de spieren na de dertig kilometer uit Carnarvon even te ontspannen! Onder andere op de Giant’s Chair Lookout waar je inderdaad bijna gaat geloven dat een forse reus hier zijn beentjes over de rand liet bungelen terwijl ook hij genoot van het uitzicht.

Carnarvon Gorge - LuiSuper-relaxte camping, een lekker bos om ons heen met veel vogels en een heerlijke eucalyptusgeur. Hier blijven we een paar dagen op het gemakje hangen zo tegen de rotsmuur aan! Net zo lui als onze gebuidelde vrienden!

 

Heb je een mening? Of opmerkingen?