Northern Territory – Deel 2, het Noorden.

Over ons bezoek aan het tropische noorden; door Litchfield, Darwin en Kakadu. Alleen foto’s kijken?

Alice Springs – Daly Waters (2978 km, 14 dagen) – Van het droogrode Alice Springs naar het tropische Darwin, 1750 kilometers noordelijker. Het eerste stuk van Alice Springs naar Katherine reden we eerder, de andere kant op, ruim anderhalve week geleden. Daar is in die tussentijd niets veranderd en kunnen we dus kort over zijn. Vanaf Katherine rijden we naar Litchfield National Park.

Wat we eerder al zeiden, we zitten nog dicht op het wet-season, dus de watervallen waar dit park om beroemd is, zitten lekker vol! We wandelen weer wat af hier; naar de Wangi Falls (breed), de Tolmer Falls (hoog) en de Florence Falls (uhmm, ver weg?). Jammer wel, al dat frisse water alleen maar om naar te kijken en niet om in te zwemmen: warm (heul!) is het nog steeds namelijk, maar helaas zijn we weer in krokodillen-gebied.

Van de rust en stilte (we waren er bijna alleen) in Litchfield rijden we naar druk Darwin. In de paar dagen dat we er zijn bezoeken we onder andere het Museum & Art Gallery of the Northern Territory. We zien naast een heel berg mooie kunst een bijzondere tentoonstelling over cycloon Tracy die in 1974 de stad vrijwel geheel van de kaart veegde (met nogal angstaanjagende geluidsopnames van tijdens de storm en voor/na foto’s) en een redelijk bizarre display van Sweetheart; een 5 meter lange (opgezette) krokodil die net een keer te vaak de aluminium bootjes van vissers aanviel en als straf opgezet werd. We wandelen verder wat door de stad en leren, op ANZAC-day (een dag die een beetje voelt als (weer) een excuus voor een bbq, maar bedoeld is om de oorlogsslachtoffers te herdenken (en, iets om over te nemen; ook al valt ANZAC-day in een weekend, het is altijd een vrije dag; dus dan is maandag iedereen vrij!)) over de oorlogsgeschiedenis van Darwin.

Mindil Sunset

En oh ja; we bezoeken Mindil Beach voor de beroemde markt op donderdagavond in het dry-season. Vandaag is een speciale; want de eerste van dit jaar. Waarmee het officieuze eindsignaal wordt gegeven van de ‘wet‘! En dat daarnaar uitgekeken wordt is te zien; de Darwinians komen in grote getale opdagen en hebben er zin in (tja, wat wil je na 6 maanden regen)! Naast mensen kijken en sandwiches krokodilpaté, genieten we van eMDee op zijn Drum and Bass-Didjeridoo (een feestje in je browser). En we weten wat de fuzz is all about; de zon wordt hier door de menigte vanaf het strand stevig aangemoedigd om zo spectaculair mogelijk in zee te verdwijnen!

Laatste wapenfeit in Darwin, gelukkig net voor we een hele tijd buiten bereik van welke provider dan ook zijn, maken we via de Skype mee dat mijn vader op Koninginnedag zijn lintje opgespeld krijgt. Trots!

Na drie dagen hebben we het wel weer gehad met alle drukte om ons heen en gaan we weer op pad. Kakadu is onze volgende bestemming. Zo’n naam die niet mag ontbreken op de Australië-itinerary. Helemaal opgedroogd is het er nog niet schijnt, maar we wagen het erop. We rijden door het bizar genaamde Humpty Doo naar de Fogg dam. Ooit werd deze dam aangelegd om een nogal ambitieus rijstproject te irrigeren. Na een kleine tien jaar van mislukkingen werd dat stopgezet en is de dam overgenomen door de natuur en werd een toevluchtsoord voor vogels en ander wildlife in de ‘dry‘. Maar, ook nu op het randje van de ‘wet‘; is er nog voldoende leven. We mogen zelfs de dam niet over wandelen ivm een aantal zoutwaterkrokodillen die hier heel recent zijn gesignaleerd.

Einde dag arriveren we in Kakadu. Kakadu National Park is een bijna niet voor te stellen zo groot als het is stuk natuur (het is één van de grootste nationale parken van het land (ongeveer half zo groot als Zwitserland)). Het is helemaal ‘teruggegeven’ Aboriginal-land, wat weer aan de overheid is verhuurd voor gebruik als Nationaal Park en gezamenlijk wordt beheerd. De Aboriginal stammen trekken al duizenden jaren door deze gebieden heen en hebben her en der heel tastbare bewijzen van hun gebruik nagelaten. Gelukkig wisten de Europeanen niet veel raad met de weerbarstige natuur hier en zijn natuur én cultureel erfgoed vrijwel onaangetast gebleven (reden voor Unesco er het stempel Werelderfgoed op te drukken).

Wat die natuur betreft, Kakadu bestaat uit een 6-tal heel verschillende typen. Aan de oostkant van het park loopt het Arnhemland Escarpment, een zandstenen wand van 500 kilometer lang die de oost-grens vormt met het Arnhem plateau (en een hele mooie lichtgele rand vormt boven het groen en onder de blauwe lucht). Daarbovenop is het het grootse deel van het jaar droog, maar het zorgt voor een continue aanvoer van in de ‘wet’ opgevangen water wat langzaam door het zandsteen heen sijpelt (of via watervallen naar beneden komt) en de watertafel van het park eronder op peil houdt.

De moerasgebieden in het park worden in de wet overstroomt (tot wel 4-5 meter hoog) door een 5-tal rivieren. Als het waterniveau in de ‘dry’ zakt blijven her en der pockets water over, zogeheten billabongs die vogels en andere dieren aantrekken. De laaglanden, eigenlijk het hele zuidelijke deel, overstromen dan wel niet, maar worden ook heel nat in de ‘wet’. En dan zijn er nog het regenwoud, waar her en der een stukje van staat en de zuidelijke heuvels die de grens vormen aan de onderkant. Wat het culturele erfgoed betreft; de Aboriginals hebben dan wel geen ‘echte’ schriftelijke overlevering, er werd wel heel veel kennis van generatie op generatie overgedragen.

Dat gebeurde veelal door de kennis te verpakken in verhalen, maar ook ín of met behulp van, illustraties. In Kakadu zijn nog heel veel van deze illustraties te vinden. Niet alles is toegankelijk, niet alleen om het te beschermen, maar ook omdat het niet de bedoeling is dat bepaalde kennis gezien wordt door buitenstaanders (of beter gezegd; mensen die er nog niet klaar voor zijn. Er is een redelijk complex pakket van regels wie, wanneer, wat mag weten/doorvertellen). Pfff…lang verhaal hè, bekijk de foto’s maar…

De eerste nacht hier kamperen we bij Ubirr: imposante Aboriginal rotskunst op de zandstenen muren van Arnhemland en vanaf de top van de kliffen een wijds uitzicht over de floodplains (uiterwaarden?) van Nardab!

De komende dagen besteden we hier, in Nourlangie voor meer ‘rotskunst’ en wandelingen, en op en om het water van de Yellow River om vroeg in de ochtend de natuur wakker te zien worden. De plekken die we bezoeken hier beslaan hoogstwaarschijnlijk nog geen procent van het hele park, maar maken stevig indruk. Overal hier zie je hoe allerlei elementen in de natuur samenwerken om het hele gebied hier draaiende te houden. En dat is wellicht nog belangrijker om mee te nemen het park uit dan wat foto’s, souvenirs of zelfs de achtergronden bij de rotstekeningen van de Aboriginals (die overigens zaken als balans in natuur een stuk meer begrijpen dan wij!). Inspirerend dus.

De 1500 kilometer naar de grens met Queensland wordt twee keer noemenswaardig onderbroken (niet dat de rest van het stuk niet te gek is om te rijden hoor, maar je hebt geen zin om over elke meter outback te lezen toch?).

Net boven Katherine (waar we wéér langs moeten, en wat we dus inderdaad drie keer aandeden.) ligt Nitmiluk National Park. De Edith Falls daarmiddenin zijn niet alleen hele mooie watervallen om naar te kijken, maar als we de bordjes mogen geloven (en dat doen we met deze hitte maar al te graag!) ook geheel krokodilvrij-vrij (famous last words.), en dus bezwembaar! 35 graden nog steeds dus dat hoef je maar 1 keer te zeggen!

De andere reden om te stoppen was feest! Twee keer in een week treffen we het om een dorp in te rijden waar net het plaatselijke feest aan de gang is. En dat draait hier (naast bier en bbq’en met je buurman van 50 kilometer verderop en nieuwe hoeden kopen) voornamelijk om campdraft; het zo snel mogelijk een stuk vee een parcours rondsturen vanaf je paard. Razendsnelle sport, superleuk om naar te kijken. En er wil altijd wel iemand die toeristen in hun korte broek en flipflops (nooit gedacht dat ik na 3 jaar in Wageningen me in gezelschap van boerenzonen/dochters underdressed kon voelen) de plaatselijk variant van de regels toelichten!

En met die festiviteiten rijden we het Northern Territory uit en Queensland in! Het landschap blijft vooralsnog onveranderd; outback zover je kijkt. Nog een kleine 1500 kilometer, en dan zijn we aan het rif! Volgende keer meer….

 

Heb je een mening? Of opmerkingen?