Montenegro en Kroatië

1 Oktober 2012 – We rijden de grens met Montenegro over. Niet zo gek veel wegen in Montenegro, maar toch lukt het ons om de snelweg te vermijden. We dalen af naar de kust, rijden aan de andere kant dezelfde bergreeks weer op en rijden vervolgens weer net zo hard (nou ja, zo hard als kan door maar liefst  50 haarspeldbochten) naar Kotor. De kuststreek is hier net zo bergachtig als de Albanese Alpen waar we net uitkomen, maar in tegenstelling tot de leegte daar, hier hélemaal volgebouwd. Hongaarse/Bulgaarse/Turkse en Russische projectontwikkelaars hebben hun kans schoon gezien om de hele kuststrook vol te zetten met appartementencomplexen en hotels. Niet heel fraai. Gelukkig is het meer van Kotor dit gespaard gebleven (wellicht dat het extreem snel veranderlijke weer hier iets mee te maken heeft ;-)). De bergen hier langs de kust vormen fjorden, zo diep als in Noorwegen, waar de weg zich langs meandert. Eén fjord wordt uiteindelijk zo breed dat het een meer wordt, en zo groot dat het zoetwater uit de bergen het zoute water uit zee tegenhoudt. Her en der in het meer eilandjes (waaronder eentje gevormd door de traditie van het al eeuwenlange jaarlijkse kiezelwerpen; nu zo groot dat er een kerkje opstaat) en langs de randen kleine dorpjes. Pittoresk, zeker met de dreiging van onweer in de lucht. De dorpen hier zijn veelal al bewoond sinds de vroege middeleeuwen: smalle steegjes, naar elkaar overhangende huizen, kleine pleintjes; je kent het wel. Leuk om zo eens even door te wandelen, ook al zorgt de UNESCO-erkenning ervoor dat ook hier weer ‘traditionele’ kunstenaars en espresso-winkels met onbetaalbare koffie zitten. We overnachten bij een Autocamp aan het meer en nemen een frisse duik….

Dag erop rijden we Montenegro alweer uit. Het is niet heel groot, en dat we onze overnachtingsplaats voorbereiden helpt ook niet. We komen in Kroatië, Dubrovnik. Dubrovnik ligt overduidelijk op de cruiseschepen-route; groep na groep na groep senioren met gekke petjes, opgeplakte groepsnummers en hoofdtelefoontjes in om de gids te kunnen verstaan vergezellen ons door de stad.

Maar, dat is dan ook wel een mooie stad. Al vanaf 1400 (tot de eenwording van Joegoslavië in 1945) onafhankelijk met handel tot in Syrië; genoeg tijd om een forse rijkdom te vergaren. Binnen de stadsmuren van wel 25 meter hoog liggen talloze prachtige paleizen, kerken maar ook de oudste (en nog steeds operationele) apotheek van Europa. Maar goed; beetje té populair dus, zeker dus na de rust in Albanië en Montenegro.
We rijden Dubrovnik uit, en hebben een prachtig uitzicht vanaf de nieuwe brug op de stad. Prachtige kustlijn hier, die doet denken aan West-Turkije. We draaien de drukke snelweg af en rijden het schiereiland langs de Bosnische grens op. Heel rustig ineens, en door rotsig en naaldbomig landschap naar het einde van het schiereiland. Daar gaat het pontje naar Korcula, een klein vestingstadje wat leuk is om te bekijken. We lopen een rondje door het dorpje, eten een ijsje (net als het uiterlijk van de huizen hier Italiaans ivm de Venetiaanse controle hier in de vorige eeuwen) en gaan met de pont over. Korcula-stad rijden we door, en vervolgens nemen we de weg dwars over het eiland heen naar de andere kant. Het eiland hier is zo rotsachtig dat in de olijfboomgaarden (die zo ongeveer het hele eiland bedekken, want naast wat bos is er niet heel veel meer hier) bijna elke

twee meter wel een muurtje is gebouwd van die stenen. Redelijk bizar gezicht. Drie kwartier, en amper tegenliggers later zijn we al weer aan de andere kant van dat eiland. In het dorpje gaat net het loketje van de pont open, dus we informeren direct naar de boot voor morgen; richting Hvar, een van de mooiste eilanden in de Adriatische zee schijnbaar. Helaas, (net!) buiten het seizoen zijn we, en de autoboot naar Split die normaal ook stopt op Hvar doet dat niet in de winter….. en ook al lopen wij nog gewoon in onze korte broek en zweten we nog aan de stoelzitting vast; laagseizoen is het. Helaas dus…een dure veerpont naar Split nemen moeten we, of weer terugrijden….en dat laatste doen we al genoeg 😉 Nee, we slikken even voor wat betreft de kosten, zoeken hier een autocamp bijna aan het strand en genieten van een heel donkere en stille nacht!

We staan op het gemakje op, varen een uurtje of drie en rijden vervolgens Split in. Na een overnachting op een echt te luxe camping (waar we onze trouwdag vieren met pizza en bier) lopen we via de markt (die om 1030 al aan het aflopen is) richting het paleis van Diocletian. Niet echt een ruïne, maar ook zeker niet meer het paleis wat oud-keizer Diocletian hier rond 300 bouwde om zijn pensionering in door te brengen. Na eeuwenlange verbouwingen is het gebouw nu een doolhof van huizen, winkels, opslag in een mengelmoes van stijlen (vooral Italiaans/Venetiaans) een gezellig stadje in de stad Split om een uurtje of wat in rond te lopen. Buiten de poort aan de noordelijke kant van het paleis staat een standbeeld van Gregorius of Nin, een 10e eeuwse religieuze leider. Zijn (bronzen) teen helemaal glimmend; hem aanraken brengt geluk.

We rijden de stad uit, en zien muur na muur voetbalgraffiti (wow, Hadjuk Split is hier echt heel populair, en te zien aan het soort muurschildering zijn de fans ook niet persé de liefste jongetjes) en rijden naar Trogir; een stad op een klein eilandje met Romeinse en Renaissance-architectuur binnen een 15e eeuwse muur. Leuk om ff rond te wandelen met prachtig uitzicht over een glinsterende zee. Daarna door de kust langs; aangekomen in Biograd krijgen we te horen dat de camping vandaag gratis is. Nou, da’s maar goed ook, want het plekje in het bos en het uitzicht zijn onbetaalbaar! Aan een kristalheldere zee en nog warm genoeg voor een duik: met de zon nog tot een uurtje of 6 op de bus. Wel aardig koud aan het worden ‘avonds alleen; winter’s coming.

Volgende dag; het binnenland in. Dat hadden we niet willen missen; we waren eigenlijk al aan het besluiten dat we Croatie niet persé heel erg mooi vonden, maar het binnenland is wel heel erg verschillend van de kuststreken. In plaats van kamers/appartementen en campings, worden kruiwagens met kolen en kaas en honing uit stalletjes langs de weg verkocht. Ruige rotsen maken plaats voor glooiende heuvels en herfstige bergen en korte broeken maken plaats voor bergschoenen.

We rijden naar Umag en bezoeken daar het Plitvice National Park. Als iemand de opdracht zou krijgen een nieuw waterpark te ontwerpen zou ie het niet beter kunnen doen dan dat de natuur het gedaan heeft. Watervallen, stroomversnellingen, meren; alles nu ook nog extra gratis in herfstkleuren. Meer dan genoeg voor twee dagen wandelen!

Hiervandaan rijden we nog één keer naar de kust in de hoop wat zon te zien. De afgelopen week regen en wind was net ff een te groot verschil met wat we in Albanië meemaakten… Via Rijeka (een statige bijna Weens aandoende stad, maar wel met een waanzinnige werf in het midden van de stad) en een overnachting in het mondaine Volosko rijden we over het schiereiland Istria. Italie en Oostenrijk zijn hier niet ver weg; dat is goed te zien. Helaas, ook in Istria is het herfst aan het worden. Het zeewater in Pula is nog prima van temperatuur wel!

Pula zelf is een mooie oude stad, met ook hier weer in de stad een enorme werf.Gek gezicht wel; een tempel uit de 11e eeuw met daarachter minimaal 4 keer zo hoog een onafgebouwde olietanker in de oranje grondverf. In het centrum ook een (jajaja, dat werd tijd) amphitheater uit de 1e eeuw en een aantal andere overblijfselen uit de Romeinse tijd. We besteden de rest van de tijd hier aan het bekijken van een mogelijke route terug naar Nederland.

We hebben nog een week of 3 de tijd tenslotte (ook al zitten we op twee dagen rijden vanaf Nederland). Het wordt: Slovenië, Oostenrijk, Duitsland, Belgie en dan naar Nederland… Volgende verslag…

Zie alle foto’s van Montenegro hier, en die van Kroatie hier.

Heb je een mening? Of opmerkingen?