Langs de westkust van Turkije.

Augustus 2012 – We rijden vanuit Antalya (weet je nog? inderdaad….update was iets te lang geleden) volgen de kustweg langs de extreem blauwe Middellandse zee. Carl wordt flink op de proef geteld; talloze haarspeldbochten omhoog, en omlaag door eindeloze, heerlijk ruikende naaldboombossen. Halverwege nemen we nemen een zijweggetje ineens de berg af, rijden 7 steile kilometers naar de kust toe, en belanden in Cirali. Een heel klein dorpje (beetje (té) hippie-achtig, met veel namasté/yoga/bed and breakfasts en het liefst gecombineerd), op de flanken van de berg Olympos. Hier moeten ergens de Chimaera liggen, de brandende rotsen. Het is even zoeken; straatnamen bestaan hier niet echt, en Carl is ook net ff een tikje te fors voor de paadjes hier, maar uiteindelijk lijken we dan een ingang gevonden te hebben. Een parasol van een ijsmerk, een tafeltje met een bord erop en een (niet al te officieel uitziende, maar wel zeer officieel kijkende) mijnheer die verstoord het bos komt uitlopen; dit moet het zijn.

We betalen mijnheer een Lira, en terwijl wij door het bos omhoog lopen (en inderdaad; weer op het heetst van de dag, en uiteraard op onze Havaianas) zien we dat deze ticketverkoper zich na onze interruptie weer bezig houdt met zijn moestuintje, net naast de ingang ;-). Een kilometer later weer omhoog zijn we dan gearriveerd; soort maanlandschap hier! Grote vlammen ontstaan doordat gas wat de berg ‘uitademt’ bij het in contact komen met de lucht ontbrandt. Soms in een klein vlammetje, soms bijna in steekvlamhoogte. Nogal bizar gezicht, en dus eindelijk die eeuwige vlam gezien die we in het Griekse Olympia misten ;-). Aan de etensresten te zien komen er niet alleen andere toeristen, maar hebben de locals hier regelmatig een BBQ!

We proberen wat af te koelen bij het open raam terwijl we doorrijden richting Kaş. We zien zo plotseling langs de weg een heel aantal Lycische (bewoners van dit gebied vòòr de Grieken en Romeinen) graftombes, en zelfs één tombe hoog in de berg uitgehakt. Overblijfselen van deze Lyciers zouden we later nog meer tegen gaan komen. En, leuke van Turkije is dat híer nou eens niet overal een hek omheen staat!
Langs deze prachtige kust is het nog een hele kunst om een plekje te vinden wat nog niet volledig is geclaimd door de resorts en secondhome-bouwers (niet normaal gewoon hoeveel plekken er namelijk al wel zijn ingevuld door een soort suburbia achtige woonwijkjes en te hoge, pastelmint en oranje kleurige hotels). Kaş is gelukkig zo’n plek; een vissersdorp onderaan de berg aan de Middellandse zee. We vinden een klein campingkje met heel fijn restaurantje aan zee, op fietsafstand van het dorp en met kristalhelder zeewater van precies de goede temperatuur. En aan dat water staan we dus een paar dagen.

Een paar dagen later zijn we voldoende uitgerust ;-). We rijden de kustweg verder af. Komen langs een hele serie ministrandjes; ff trapje de weg af, strandje op en bizar blauwe zee in. Vervolgens rijden het binnenland in naar Saklikent. Nadat we een aantal keren hebben gekeken of we nu écht wel goed rijden (de borden (naar wat wij dachten wat best een serieuze toeristische attractie) verdwijnen, de weg wordt steeds smaller en smaller en heeft uiteindelijk ook geen asfalt meer) komen we toch aan bij de rivier. Bij een fruitstalletje krijgen we Turks/Engelse les van de 11-jarige dochter van de eigenaar. En upsellen kan ze ook ;-), want vol borek (soort pannenkoeken, in dit geval gevuld met kaas) en thee, en met nieuwe olijfolie ook, rijden we uiteindelijk door naar bij Saklikent.
Wat een geweldige plek; een 18 kilometer lang ravijn door de (Akdaglar-)bergen eindigt in een rotswand die hoog boven dit minidorpje uittorent. De rivier die daar doorheen stroomt is ijskoud, maar moet wel getrotseerd worden als we de gorge echt goed willen zien. Een kilometer of twee waden we tot onze knieën door de rivier door dit ravijn, langzaamaan in de schemering, tot we bij een waterval uitkomen en niet verder kunnen. Daar nemen we dan maar direct een douche; geweldige middag hier!

 

 

De volgende ochtend verlaten we de gorge na nog even frisse voeten te hebben gehaald. We rijden weer richting de kust en komen door Fethiye. Daar stoppen we bij Telmessos; een Ionische tempel uitgehakt in een hoge/steile rotswand. Een prachtig gezicht al, sinds maar liefst 350 voor Christus! Ook hier weer door de stad heen verspreid liggen her en der stenen sarcophagen; zelfs middenop de weg (of eigenlijk andersom natuurlijk, de weg is wat nieuwer dan de sarcophaag). We doen even een rondje en zijn weer onderweg. Rijden verder over de kustweg en zien ineens een veld vól auto’s. Groot bord erbij; ‘American Auto Show’. Snel een U-turn gemaakt; hier gaan we eens even kijken. Blijkt een verzamelaar te zijn uit Istanbul die zijn collectie Amerikaanse auto’s hier tentoonstelt. Toegang is maar twee lira (nog geen euro) en behelst ook rondleiding in NL-Duits door de enige medewerker. Geen idee of alle typenummer en jaartallen die hij opdreunt kloppen, maar het komt iig overtuigend en vooral enthousiast genoeg over. De openlucht is niet erg bevorderlijk voor de kwaliteit van de lak van de wagens (zie de foto’s maar), maar dat is iig nu ook juist de charme van de plek. We rijden nog even door en Carl krijgt eindelijk zijn beloofde buitendouche (heel veel restaurants en fruitstalletjes langs de weg hebben een forse tuinslang uit een boom oid hangen waar water uitkomt; auto’s parkeren er dan net onder of vóór om even af te koelen) en komen bij weer zo’n typische Turkse camping in een bos; douchen in de buitenlucht onder een boom en een toiletgebouw waar het hele dorp heen gaat (en niemand de borstel gebruikt!!!). Camping ligt mooi boven de zee; alleen een rotswand van een meter of 10 hoog scheidt ons ervan. Niet hoog genoeg voor een heel aantal Turkse waaghalzen!

De komende dagen blijven we in de buurt van de kust; soms er echt langs, soms vanaf een afstandje te zien als wij langs de bergwanden rijden die de kuststreek vormen. Over die bergen; het lijkt wel of elke berg in deze hele streek wordt vermalen tot betonpoeder of wordt omgebouwd tot bakstenen, zoveel fabrieken, afgravingen en vrachtwagens vol met wat vroeger ‘berg’ was zien we.
Langzaamaan komen we in een vruchtbaarder of iig beter te gebruiken landschap terecht; van allerlei oogst ligt hier langs de weg te drogen op grote velden; druiven (voor de rozijnen), pepers overal, en zelfs hectares vol dennenappels. Mooie rit weer, met onderweg (als we gedwongen door een tegemoetkomende asfalteerkolonne de weg af worden gedirigeerd een weiland in) een hele gezellige ontmoeting met een Turkse boer, zijn vrouw en schoonmoeder! We overnachten in Bergama, op een grasveld achter een restaurant, waar ‘savonds een forse bruiloft is. Er wordt niet veel gelachen, maar er wordt wel serieus gedanst, en; fijn voor onze nachtrust; om 2330 is het feestje afgelopen!

We rijden weer verder en na een paar dagen in Burhaniye aan de kust rijden we over het Biga Peninsula door Assos, een Myceense stad waar Aristoteles ooit woonde en waar een van de twee enig overgebleven Ottomaanse moskeeen in Turkije staat. Vervolgens bezoeken we Alexandria Troas (een ruïne van een in 300 voor Christus door een van de generaals van Alexander de Grote gestichte stad en nu voor 99% overwoekerd). Erg leuk om overheen te klauteren. We komen uit op een zeer onverharde weg door zonnebloemvelden langs de kust, en zo rijden we naar Canakkale op zoek naar een camping. die er niet meer is (maar waar we wel eerst de hele (ietwat krappe) binnenstad voor doorrijden). En dus rijden we een stuk terug naar Troje, waar we kamperen op een veld naast een restaurantje. De eigenaar loopt ff binnen terwijl we skypen met mijn ouders op mijn moeders verjaardag, en uiteraard bijna: ze krijgt zelfs nog een kadootje van hem. Als er maar één ding is wat we zouden mogen onthouden van Turkije dan is het wel die ongelofelijke vriendelijkheid overal in dit land! Maar goed…we zijn er al weer bijna uit. Volgende update gaat over Gallipoli en onze weken in Noord Griekenland.

Alle foto’s bij dit verhaal bekijken?

 

Heb je een mening? Of opmerkingen?