Geschiedenisles

7 Juli 2012 – Okee, nog één laatste duik hier in Akrata en dan gaan we. Nu wordt het echt wel eens tijd om verder te gaan. Als eerste onderweg naar Olympia; de geboortegrond van de Olympische spelen. Net voor Diakofta rijden we het binnenland in en rijden al snel op hoogte. Onze eerste kennismaking met de Griekse binnenlanden. Rotsig, woest, boomloos. En; water dat op de meest bizarre plekken uit de rotsen komt zetten… kranen overal, met Grieken die kratten, tanks, jerrycans etc. aan het vullen zijn. Verder redelijke wegen, lekker bochtig, soms wat gevallen rots op de weg en her en der een flinke verzakking of verschuiving. Een kleine 4 uur en wellicht 10 tegenliggers later zijn we in Olympia. We worden allerwelkomst ontvangen door de niet zo piepjonge eigenaar. Erg blij is om ons te zien. Zijn vrouw zingt er zelfs een liedje van. Niet gek ook; campings hier schijnen (horen we vaker de komende weken) niet zo’n best seizoen te hebben. Berichtgeving rondom de crisis in Griekenland betekent dat (volgens de campingbazen) een hoop van de traditionele gasten (uit Nederland, Duitsland, België en Italië) denken dat iedereen hier vechtend om het laatste brood over straat rolt, en dus niet meer naar hier durven komen. En ook zijn camping is helemaal leeg. Maar goed, VIP-aandacht dus met tips over het dorp in alle vreemde talen die hij en wij machtig zijn. Even dat dorp in om te zien of het museum toevallig open is, voor we ‘sochtends vroeg voor niets voor de deur stan (ook een waarschuwing die we ergens kregen…in deze crisistijd zijn een hoop openingstijden gewijzigd). en ja hoor; het museum (nou ja, een van de vier hier) is niet alleen nú dicht, maar zelfs alleen op dinsdagen open. Nou ja, dat moeten we dan maar missen.

8 Juli 2012 – De volgende dag staan we om half negen voor de poorten van Olympia, te trappelen als een atleet in 1100 voor Christus. Op één van de heiligste plekken van Griekenland, waar een tempel voor Rea en later Zeus stond, ontstond rond die tijd een festival ter ere van die goden met wat sportwedstrijden. Dat groeide van een eendaags evenement uit tot een meerdaags, jaarlijks evenement en werd tot ongeveer 400 na Christus georganiseerd (en groeide vervolgens uit tot de hysterie van vandaag). Vrouwen mochten toen niet meedoen, en er ook niet naar kijken (en werden als ze betrapt waren bij dat laatste van een rots in de buurt gegooid). Het terrein is een ruïne (want: vernietiging door een christelijke keizer van dat ‘heidense’ en nogal wat aardbevingen, gevolgd door hergebruik van stenen als verdedigingsmuur), maar de verschillende onderdelen zijn (soms inderdaad met wat hulp van de bordjes) nog goed herkenbaar; ontvangstruimtes voor notabelen, trainingsruimtes voor de atleten, een worstelschool, de kantoren van de officials, nogal wat tempels (want je wilt de goden gunstig stemmen als atleten uit jouw koninkrijk/stadsstaat moeten performen), het hardloopveld en de tempel van Zeus. Een van de meest intact gebleven onderdelen is de werkplaats van Pheidias. Hier werd het standbeeld van Zeus gemaakt wat tot 400 na Christus in de tempel stond en wat wordt beschouwd als een van de zeven wereldwonderen van de oudheid.

Dat ze die werkplaats vonden zorgt ervoor dat je je nu nog een goed beeld kan vormen van het al eeuwen geleden vernietigde beeld; allerlei mallen en proefstukken zijn gevonden in en om die werkplaats en in het museum hebben ze een hele informatieve reconstructie weten te maken hoe het er in die werkplaats aan toe moet zijn gegaan. In dat museum ook een hoop andere beelden en voorwerpen die bij opgravingen tevoorschijn kwamen; van beelden van winnaars van evenementen tot aan offerbeeldjes. Leuke ochtend!

We besluiten om maar direct verder te gaan; het weer is prima tenslotte ;-). We vinden het in het binnenland toch een tikkie warm en rijden naar de kust toe. Onderweg rijden we langs de tempel van Apollo de Helper (temple of Apollo Epicurean) in Vasses. Een geweldige route erheen over een zich langs de bergwand langzaam omhoog slingerende weg, vrijwel niet breder dan onze bus, brengt ons in korte tijd tot ruim 1200 meter. De hier gelegen tempel is gewijd aan Apollo (als dank voor het beschermen van een dorp hier in de buurt tegen de plaag). Het is het laatste bouwwerk van de architect van het Parthenon in Athene en de eerste tempel ever waarin Dorische, Ionische en Corintische kolommen (zoek dat verschil maar eens op, of beter…ga ook een paar weken naar Griekenland, dan leer je het vanzelf) vrijelijk naast elkaar gebruikt werden. Jaja, een gedurfde exercitie, zeker in die tijd. Het levert iig een plaatje van een tempel op (zie foto). Hij is nog vrijwel geheel intact (dak mist) en staat nu ter bescherming tegen de elementen onder een enorme tent. Mooie tussenstop!

Vervolgens slingeren we ons over B/C en D-wegen verder naar de kust. We zien al de hele tijd stenen en rotsblokjes op de weg liggen, afgebroken van de wanden waar we langs rijden, maar een kilometer of 30 voor we bij de kust zijn zien we in de verte een hele bergwand op de weg liggen. We rijden nog iets verder die kant op,

‘wellicht is het net niet de weg die wij moeten rijden’, maar ja hoor…een verkenning van de laatste paar honderd meter te voet leert ons dat onze route echt versperd is door een paar duizend kilo steen.

Jammer, want het kostte nogal wat moeite om hier te komen; door een eigenlijk iets te smal dorpje en nogal wat onverharde afdalingen met veel haardspeldbochten. Rechtsomkeert en weer omhoog dan maar. Een paar kilometer na de eerste splitsing weer richting kust merkt Veronique, opkijkend van de Gamrin, op dat ‘dit wel erg lijkt op de weg die we eigenlijk wilden rijden’. Geluk bij een ongeluk dus. Aan zee vonden we een mooi plekje om even af te koelen!

11 Juli 2012 – We rijden verder naar het zuiden en zo langzaam de Mani in. Een ruige regio, niet alleen qua landschap maar ook qua cultuur. In dit afgelegen stukje Griekenland, waar tot ver in de jaren ’60 geen elektra of telefoon was, en geen weg doorheen liep, ontwikkelde zich over de eeuwen een zeer eigen cultuur. Bewoners hier worden trots genoemd, maar staan vooral bekend omdat ze zeer regelmatig ruzie met iedereen om zich heen maakten/hadden, en vooral graag ook onderling. Tot in de 20e eeuw werden familievetes soms alleen na tussenkomst van het leger, maar vaker pas na moord en brand, bijgelegd. Families woonden dus ook in tot vesting omgebouwde torens (gezichtsbepalend kenmerk van deze regio). Nou ja, als je weet dat de uitlopers van Peleponessos wel ‘de vingers’ worden genoemd is het niet gek dat we het nu over de middelvinger hebben. Maar goed, dat gedrag is schijnbaar allemaal verleden tijd; er is nu gewoon water en internet en ook regelmatig wat asfalt, dus wij kunnen er doorheen. Veel van de bewoners trokken wel weg naar ‘de grote stad’ of emigreerden zelfs; er is hier niet heel veel te verbouwen of verdienen, en veel van de woontorens zijn nu verlaten. Het landschap is prachtig in al zijn rotsige kaalheid en de vrijwel lege wegen nodigen uit tot om ons heen gapen. We rijden tot Agadiika net voor Gythio (ja, voor wie met de atlas meekijkt; we slaan een stukje Mani over voor later als we groot zijn en geld hebben voor zo’n luxe hotel in zo’n toren..), kamperen weer aan het strand en eten verse vis bij het buurhotel (die we zelf uitzoeken in de keuken). Vanaf de kust landinwaarts gaat het vervolgens door de Parnonas Mountains richting Plaka, waar we willen kijken of we een veerboot kunnen nemen naar Argolis. De weg is te gek, wellicht de mooiste tot nu toe. We beginnen tussen fruit en olijfboomgaarden op zeeniveau. Terwijl we stijgen vervangen olijfbomen de fruitbomen en nog verder naar boven komen we voor het eerst een naaldbomenbos tegen! Schaduw terwijl we rijden… ook wel eens fijn! Onderweg in Kosmas heeft Veronique onze eerste ‘rij jij of ik achteruit in dit net iets te smalle bergdorpje’ – ontmoeting. Zij wint. Verder: de rotswanden zijn steil en hoog, de haarspeldbochten talloos, de cactussen bloeien en de dorpjes kleurrijk en de wegen zijn leeg; je snapt het…wij rijden heerlijk op het gemakje deze bergkam over.

Weer op zeeniveau in Plaka blijkt er geen veerboot te zijn (of zelf nooit geweest) en vermaken we ons even met vissen kijken in het extreem heldere water van de haven. We maken dan toch uiteindelijk maar eens die traditioneel Griekse ansichtkaart-foto en besluiten nog steeds uit te willen komen in Epidavros. Dus, de weg weer op voor die laatste 100 kilometer! Vrij monotoon qua landschap, maar gelukkig wel heel mooi rijden we langs de kustweg omhoog naar Nafplio (oud-Venetiaans fortstadje, met enorm kasteel op de berg) en steken daar door naar Epidravos. En daar, op een camping, eerste rij aan het zeewater, staan we twee dagen; even bijwassen en bijkomen van alle indrukken.

De camping is een echte familiecamping. Verschillende generaties Atheners (want daar zijn we nu ongeveer 150 kilometer vandaan) brengen hier hun weekend en vakanties door; opa’s en oma’s wonen er het hele seizoen in een caravan die is voorzien van minimaal twee voortenten en een paar luifels (al dan niet allemaal geconstrueerd van triplex), waarin vloerbedekking, kasten, tafels, tv’s, vogelkooien en aquaria en wat nog meer nodig is voor een verblijf ‘net als thuis’. Zij hebben nu hun vakantievierende kleinkinderen op bezoek in kleine tentjes en in het weekend stroomt de al overvolle plek helemaal vol met de studerende tieners, de werkende twintigers en de ouders van die eerdergenoemde kinderen, en die slapen dan buiten, in hun auto of op het laatste plekje kunstgras wat nog beschikbaar is. Superleuk om dat vanaf ons plekje aan het strand allemaal gade te slaan en die vibe op de camping zo te voelen veranderen.

Maar, die plek daar aan het water is ook (en wellicht vooral) fijn omdat we in Griekenland rondrijden midden in een hittegolf. De laatste week was het overdag niet koeler dan 36 en ‘s nachts niet onder de 31 graden; nu hadden we al sinds München geen lange broek meer aangehad, maar dit is toch even wennen wel. En dan moet Athene nog komen….

Bekijk alle foto’s uit Griekenland hier

Heb je een mening? Of opmerkingen?