Erdek – Pamukkele

120812 – Zo, weg uit de stad…. maar we komen zeker terug! We nemen de ferry naar de overkant van de zee van Marmara, een snelle ferry die ons voor we het weten in Bandirma afzet. Drukke boel de ferry af, maar we zitten wel direct op de juiste weg. Gooien onderweg de tank vol, maken dus kennis met de serieus exobitante prijzen hier in Turkije en de gezelligheid van pompeigenaren. We rijden het schiereiland op naar Erdek, rijden even door het stadje in voor boodschappen en strijken neer op camping ANT. En daar blijven we bijna een week; gezellige eigenaar, prima plek onder de bomen, leuke stad op fietsafstand (met een kapper…was wel weer eens nodig) en een fijn strandje. Die week even bijkomen hebben we nodig merken we. Met hiervoor vooral veel platteland en natuur moeten we even uitrusten van bijna een week in de ‘grote stad’. Maar ook; even ‘evalueren’ hoe we ons voelen zo op de reis (toch al bijna 3 maanden op weg; langste vakantie ever!), wat we tegenkomen; waar we moeite mee hebben en wat juist goed voelt.

We besluiten de Middellandse Zee kust verder een stukje te volgen; het dorpje met al zijn nieuwbouwflats (door de grootste projectontwikkelaar (staatseigendom) van Turkije te zijn gebouwd) bleek langs een hele oude dorpsstraat te liggen, compleet met grote klinkers, gaten en theehuizen erlangs. Maar wel een stuk leuker om naar te kijken dan die vierkanten, terracotta met rode/balauwe accenten woontorens die je hier overal ziet! Vervolgens waren we op hoogte, kwamen de een na de andere kippenboerderij tegen en als er even geen kip te zien was zonnebloemen. Veld na veld na veld enkel afgewisseld door (schijnbaar) fabrieken waar al die pitten verwerkt worden tot olie. We komen door een dorp waar iedereen op een trekker rijdt, pakken nog stukje stevige heuvels mee en gaan vervolgen de provinciale hobbelweg op richting de kust.

Daar wordt aan gewerkt, over de hele lengte tegelijkertijd. Geen file, ook al is de weg nog lang niet af; we meanderen zeg maar van weghelft naar weghelft, van oud naar nieuw. Nu wordt de weg vooral gebruikt door de lokale boeren die het nieuwe asfalt ruim 100 kilometer lang gebruiken als  dagelijkse boerenmarkt; een extra afzetmogelijkheid van hun meloenen, tomaten, bramensap, meloenen, olijven etc. etc. Achter de stal ligt dan over het algemeen de vrouw des huizes te tukken op een oude bank tot er een auto stopt. Lekker rommelig en een stuk gezelliger om naar te kijken dan de lintbebouwing die we in Nederland gewend zijn; en als je de gebarentaal-veldslag weer eens hebt overleefd nog extra genieten van al dat verse spul ook. Afslag naar links; we rijden nu naar het zuiden aan de kust; aan de rechterkant overboogde ingangen naar resorthotels en stadjes met enkel ‘second homes’, aan de landkant boeren met mini-akkertjes en apparatuur van net na de tweede wereldoorlog. Bizar contrast wel. Er is vast ergens iets aan de hand; we komen een heel aantal checkpoints van de politie tegen; in burger, met vesten aan, en vooral fors bewapend. Deze Nederlandse toeristen mogen gelukkig steeds doorrijden.

We rijden we door Ayvalik en komen via een smalle brug op het ‘eilandje’ Alibey. Een kronkelweg door een naaldbomenbos leidt naar de andere kant van het eiland. Aan het water vinden we een plek om te overnachten; die verkoeling hebben we even nodig; we weten niet hoe snel we er in gaan…en er weer uit rennen; ijskoud hier! Ff wennen.

Volgende dag; stevig stuk rijden ineens ook voorbij Izmir! Want; gisteren maar eens heel grof bekeken wat we allemaal willen bekijken in Turkije, hoe het weer waar wanneer is, hoe we eventueel langs ambassades de we nodig hebben voor visa kunnen rijden; en op welke wijze we Turkije wilen uitrijden naar Iran. En dan ook nog eens een route die ons (vrijwel onmogelijk) geen godsvermogen aan brandstof gaat kosten! Keuzes, keuzes! Niet echt uitgekomen hoor, morgen weer verder. Eerste stuk is redelijk saai; her en der zelfs lelijk. In de buurt van Izmir wordt het heel duidelijk dat dit een grote stad is! Heel grote stad; de derde van Turkije, na Istanbul en Ankara. Gebouwd net als Istanbul op heuvels, en ook net als bij Istanbul; wijk na wijk (soort golven lijken het wel) eenvormige flats. De snelweg leidt door de buitenwijken vrijwel de stad in (wat we niet doen, want niets te zoeken vandaag na al die kilometers) tot we de afslag nemen de ringweg op en om de stad heen rijden. Daar zijn we wel bijna een uur mee bezig; heuvels door via tunnels en naar het lijkt wel steeds verder het binnenland in. Maar goed, de Garmin heeft (bijna altijd) gelijk en uiteindelijk zitten we weer aan de kust. En ineens, toen we net besloten hadden dat we Turkije tot nu toe vooral heel lelijke landschappen vinden hebben komen we op het laatste stukje de bergen over naar de kust toch op een prachtige weg terecht! Hoog door naaldbossen, diepe kliffen dan rechts, dan links, met steeds een glimp van een te blauw en glinsterend meer in de diepte. Na een lange en vooral steile afdaling (met volledig vlak gereden superheet/kokend asfalt, dus rustig glijden in de bochten, ook al wil Carl steeds harder) zijn we in Gümmülder. Waar we overnachten stelt niet veel voor, een stuk bos met een vergaan toiletgebouw erin, maar we hebben een plek in de schaduw, een heldere zee voor de deur met geen golven, en het water is er niet zo koud als gisteren. Behalve onder de douche.

De dag erop rijden we naar Pamucak, centraal gelegen tussen (opnieuw) een hele serie Grieks-Romeinse ruines. Eigenlijk wel een beetje klaar mee, maar er zijn er hier in de buurt een aantal die je ‘echt niet kan missen’. Eén ervan is Ephesus; naar wat ‘ze’ zeggen de beste bewaarde Grieks-Romeinse stad ever, anywhere. En aangezien die maar een kilometer of 8 van de dichtsbevolkte kuststrook van Turkije ligt ook nog eens de drukstbezochte. Juist vanwege de drukte wilden we eigenlijk naar de ietsie minder populaire, maar wat verder weg gelegen, opgravingen Priene en Miletus. Maar ach, toen werden we vroeg wakker werden dachten we op tijd te kunnen zijn om de in alle waarschijnlijkheid tientallen tourbussen te verslaan. Nou nee hoor….ook om 0845 al stond de parkeerplaats vol met bussen van cruiseschepen, resorts en andere vakantieparken. Goed, Ephese is een grote stad (ook al is er pas 18% van opgegraven), en die kan je op verschillende manieren doorwandelen. Wij beginnen vandaag dus achteraan. En tja…ook al zijn we wat verwend geraakt ondertussen, en noemen we de (ook hier in Turkije) talloze opgravingen ondertussen vaak een ‘hoop steen’, die we dan maar ‘voorbij kunnen rijden’, Ephese is inderdaad geweldig. Geweldig druk, maar ook erg indrukwekkend. Uiteraard staat er na 2000 jaar niet veel meer overeind van de ooit erg belangrijke stad (zo is de tempel van Artemis (één van de wonderen van de oudheid) er niet meer en maar de opgravingen en deels opnieuw gebouwde gebouwen zijn wel echt spectaculair. Er zijn een heel aantal huizen uit een berg gegraven, met prachtige mozaieken en fresco’s, de winkelstraat, met allerlei beelden van belangrijke stadsgenoten er langs en ook de bibliotheek is prachtig. Goed, zoals al eerder gezegd; de ruïnemoeheid is na een uurtje of twee wel weer ingekickt en we gaan weer onderweg.

We verlaten de kust en rijden naar het oosten. We zijn onderweg naar Pamukkele; een natuurverschijnsel ipv een ruine of kathedraal, wel weer eens leuk! De provinciale weg ernaartoe wordt langzaam aan vervangen door een echte snelweg…maar is gelukkig nog lang niet af; we rijden door stadjes/dorpjes en krijgen een mooi eerste beeld van het leven in Turkije buiten de toeristische strook zo langs de kust. En dat valt helemaal niet tegen! Leuke weg dus, die ons redelijk snel brengt waar we zijn moeten. We kamperen op een grasveld achter een restaurant wat niet in gebruik is. Het zwembad ervan wel; voor het eerst sinds we onderweg zijn een duik die niet in zout water is. En vervolgens; waar slaap je met een uitzicht op een werelderfgoed?

Opnieuw arriveren we ongeveer tegelijkertijd met de touringcars bij een bezienswaardigheid. We aarzelen even…zien we toch niet alles al gewoon vanaf de weg hier? ;-), maar we gaan toch maar even van dichtbij kijken. En inderdaad, het is wel echt een speciale plek. Het UNESCO-erfgoed Pamukkele ligt op een berg(je) en bestaat uit twee delen; onderaan de berg een hele serie door de natuur gevormde terassen gevuld met kalkrijk water en de restanten van de oude ‘welness’-stad Hierapolis erbovenop. De terassen zijn de echte bezienswaardigheid (iig voor ons dit keer). Bovenop de berg ligt een bron die warm, heel kalkrijk, water aan de oppervlakte brengt. Dat water loopt dan die berg af en ophopingen van de kalk in dat water zorgen over tijd voor terrasvorming waar dat water dan blijft instaan…nou ja, bekijk de foto’s maar ;-). Het lijken wel door de natuur gevormde rijstvelden, maar dan van witte steen. En zo glimmend in de zon ziet het er geweldig uit! Tegen de tijd dat we weggaan liggen de terrassen die vol staan met dat water, waarvan wordt gezegd dat allerlei ingredienten naast de kalk geneeskrachtig zijn, vol met toeristen. Vooral de Russische, die echt met busladingen tegelijk uit Izmir, Bodrum, Antalya etc worden aangevoerd, maken er een sport van om zo ongekleed mogelijk en geil kijkend op de foto te gaan. Om een uurtje of 11 zijn we er wel klaar mee en rijden we naar het zuiden. Een geweldige weg door brede valleien en ruige rotsen leidt naar Antalya; binnenkomend worden we begroet door een enorme waterval met het hoofd van Atatürk erin en ernaast een uitgehakt verhaal waarschijnlijk vertellend over zijn heldendaden in het organiseren van de Turken naar de natie die ze nu zijn. Niet eerder verteld, maar zogauw je de grens overgaat is Atatürk (Vader Turk) echt overal; stickers van zijn handtekening op vrijwel elke auto, zijn beeltenis op zijkanten van gebouwen, zeker elke stad heeft wel een Boulevard of Ataturk plein en zijn foto in elke supermarkt, restaurant etc. Goed, Turkije zou er ook niet zo uit zien als nu (zou zo ongeveer minder dan de helft van over zijn), maar zulk een verering van een staatsman is echt ongekend voor ons.

 

Heb je een mening? Of opmerkingen?