Delphi en Meteora

Delphi dus. Het moderne dorpje Delphi is niet echt de moeite waard, maar het orakel en de tempels liggen op een prachtige plek op een richel in de bergen. Die plek was volgens de oude Grieken het centrum van de aarde. Bepaald door Zeus, door twee (waarschijnlijk even snel vliegende) arenden los te laten die tegenovergestelde richtingen opvlogen; dit is de plek waar ze elkaar weer tegenkwamen.

Het heiligdom van Apollo is dan weer het hart van dit orakel. Via het oude Romeinse marktplein, loop je omhoog via de heilige weg (Sacred Way) waar zo ongeveer elke belangrijke speler uit de oudheid een tempeltje oprichtte en vooral heel veel goud en zilver gaf aan de priesters in de hoop op voorrang bíj, of een gunstige inhoud, ván de uitspraak. De tempel van Apollo was de plek waar de Pythia (de waarzegster) hallucinerende gassen inademde en haar uitspraak doorgaf aan de priesters die dat dan weer interpreteerden. Goed, je krijgt een beetje een idee hoe dat er aan toeging daar in die tempel. Rondom het complex liggen, zoals we ondertussen gewend zijn geraakt een theater en een hardloopbaan; ook hier werden elke vier jaar ‘spelen’ georganiseerd ter ere van Apollo. Dat al die tempels vol stonden met prachtige geschenken is goed te zien in het museum naast het terrein. Het lijkt wel een schatkamer; prachtig brons, hele mooie tableaus uit de tempel etc.

Na Delphi rijden we langs het Parnassos National park naar de kust. Laatste stukje moeten we een kilometer of 30 over een bergkam naar zeeniveau. Het lichtje van de brandstof staat alleen al een tijdje te knipperen. Ach nou ja, we moeten nog 40 km, en hebben tot nu toe elke 50 km wel een benzine pomp gehad. Alleen…nu niet. De weg kruipt hoger en hoger, we rijden uiterst inefficient achter een vrachtwagen en de weg verandert, alle borden met de miljoenen aan EU-steun tbv asfaltering ten spijt, ineens in een grindbak. We driften de weg op en rijden wellicht het meest onzuinigste stukje van de trip tot nu toe. En als beloning, helemaal bergop, als het knipperen is overgegaan in branden; zo plotseling als de weg verslechterde verbetert ie ook. Vlak asfalt, bergaf. We halen het….onderaan de berg aan de kust een benzinestation. En nog open ook ;-).

Aan de Golf van Maliakos vinden we vervolgens de wat gek genaamde Camping Venezuela.De dag erop rijden we lekker op tijd weg. Het kleine dorpje heeft een oponthoud in petto; het is markt in de straat. Maar liefst twee karren, getrokken door trekkers, blokkeren de hele dorpsstraat. File. Vandaag is het weer ‘van de kust af, het binnenland in’; onderweg als we zijn naar Kalambata, het startpunt van een rondje Meteora.

Wat is er nu zo speciaal hier? Het is ten slotte één van Griekenlands meest bezochte plekken. Nou, de honderen meters hoge rotsen zouden op zichzelf al een bezoekje waard zijn; die steken namelijk vrij willekeurig uit de grond omhoog, in een verder vrijwel vlak landschap en hebben vormen die in een science fictionfilm niet zouden misstaan. Op de top van een heel aantal van deze rotsen zijn sinds de 14e eeuw kloosters gebouwd; een ideale plek om tijdens de vervolging door Ottomaanse moslims onder te duiken. Die kloosters waren tot het begin van deze eeuw alleen bereikbaar via touwladders en manden, mar gelukkig voor ons (en ook voor de monniken en nonnen) sinds een jaartje of 100 ook via uitgehakte trappen. Vroeger waren het er 24 kloosters, nu zijn er nog 6; allemaal in gebruik, en delen ervan kan je bezoeken. Naast prachtig gedecoreerde kerken heeft elk klooster wel zijn eigen mini-schatkamer; prachtige oude manuscripten, iconen en kruizen. Aan het einde van de ochtend waren we wel klaar met alle pracht en praal en ook het ‘grote gelijk’ wat in de begeleidende teksten doorklinkt. We rijden een heel stuk richting het noord-oosten van Griekenland. We vinden een camping met aan de ene kant de voet van Mt Olympos, de zetel van de goden en aan de andere kant de zee. Twee Griekse mannen achter ons blijven quasi nonchalant spelen met hun walkie talkies en hun auto in en uit rennen en worden door ons al snel de Griekse Jansen en Jansen gedoopt (zeker als ze in hun net iets te nieuwe en krappe gebloemde zwem-bermudas gezamenlijk heen en weer naar zee lopen).

We rijden langs Thessaloniki naar een van de 3 vingers die vanuit het noorden van Griekenland de Aegische zee insteken; de hele regio hier heet Halkidiki. De eerste vinger schijnt resort-central te zijn, de derde is niet toegankelijk (want ook al staat hier de prachtige berg Athos, het hele schiereiland is verboden toegang voor mannen zonder vergunning en vrouwen, maar ook voor vrouwelijke huisdieren, baardlozen en eunuchs -> kloostercountry). En die tweede vinger, Sythonia, schijnt de mooiste stranden te hebben van heel Griekenland. Die gaan we dus eens even opzoeken. Fijne rit weer hier langs een heuvelachtige kust langs inderdaad een prachtig gekleurde zee, mooie stranden en ook heel veel campings. Even zoeken dus naar eentje die ons bevalt. Uiteindelijk vonden we een camping onder aan een met naaldbomen begroeide heuvel, met een heel heldere zee en een fijn strandje. Niet hét strand, maar close enough volgens Veronique.

De volgende dagen rijden we langs en door de Rodopi-bergen naar de laatste grote stad in Griekenland voor de grens; Alexandroupoli. Daar bereiden we ons voor op de overgang naar Turkije; hotel in Istanbul geboekt, routes bedacht, Garmin op orde. Azië in!

Heb je een mening? Of opmerkingen?