De Nullarbor óver en West Australië ín.

We verlaten Fowlers’ Bay via een andere dirt road (en die blijkt nog langer en minder onderhouden te zijn). Zo komen we met alle spiertjes volledig los getrild 22 kilometer later aan op het asfalt van de Eyre Highway. Deze weg van Adelaide naar Perth is ruim 2700 kilometer lang, op plekken helemaal kaarsrecht.Het stuk wat we van Zuid naar West Australië rijden volgt 1500 kilometer lang de kustlijn op gepaste afstand en gaat dwars over de Nullarbor Plain.

Dit is een enorm kalkstenen plateau, van 700 lang bij 300 kilometer breed, ooit zeebodem geweest en ongeveer 3 miljoen jaar geleden langzaam uit de zee omhoog gedrukt. Terwijl er onder de grond een enorm (overigens niet toegankelijk) grottenstelsel zit, wellicht het grootste ter wereld, is er óp dat plateau niet veel: Nullarbor is slecht latijn voor ‘geen bomen’.

En inderdaad, er staat geen plant hoger dan een meter of twee hier. Er is verder ook helemaal niets; het is geen weiland, geen bos, er zijn geen huizen, een enkel keertje is er een uitkijkpunt over de zee om even de beentjes te strekken en een koffie te maken.

En die kustlijn is indrukwekkend hoor; ruim 1000 kilometer lang kliffen die loodrecht de zee in vallen.Het viel ons mee hoor; iedereen waarschuwde ons voor de saaiheid van de weg, maar eigenlijk is er toch continue wel wat te zien; een klein museumpje bij een roadhouse (dé plek voor sterke verhalen…), een roofvogel, emu of kangoeroe in de verte, allerlei kleine dingen vallen ineens op; ‘hé, een ander soort struik hier’ etc.

Of dat je ineens op het langste stuk loodrechte weg ter wereld rijdt; 145,6 kilometer zonder bocht of afwijking (yep; da’s bijna 7 Afsluitdijken achter elkaar)! We vermaken ons prima. We overnachten halverwege in ‘Border Village’, inderdaad op de grens met West-Australië, waar we weer een controle hebben van onze bus voor allerlei biologische hazards (zoals fruit en groente). Daar vullen we ook de tank bij met de duurste brandstof die we ooit tankten (tja, die moet hetzelfde stuk rijden voor ie hier de pomp uit kan komen). Vanaf hier delen we de weg ook met de roadtrains; vrachtwagens met drie/vier trailers achter zich, soms wel tot 60 meter lang. Niet te stoer inhalen dus met ons busje, en oppassen voor zijwinden ;-).

De tweede dag is meer van hetzelfde. We maken nog een leuke stop in Balladonia; bij het roadhouse daar is een klein tentoonstellingkje over de regio. Over de kamelenkonvooien, die in de vroege dagen dienst deden als vrachtschepen over deze vlaktes heen, en hun Afghaanse/Indiase ‘drivers’, mooie foto’s van tot hun assen vastzittende trucks (deze weg is pas in de jaren 40 aangelegd, en is pas sinds 1976 geheel verhard) en een vitrine over het neerstorten van NASA’s Skylab hier in de buurt ergens in de 70s. Zo komen we aan het einde van de tweede dag, weer 730 kilometer later, twee tijdzones van drie kwartier en een zomertijd dichterbij Nederland, in Norseman aan. Een goudzoekersstadje van 10 straten en een hotel. En dat hotel heeft niet alleen 4 tv’s met alles waar je op kan gokken continue aan, maar ook prima pizza’s. Want koken… dat doen we niet meer vandaag.

Nog één keer een stretch van 250 kilometer bijna rechte weg deze week en dan zijn we er; bij die beloofde hagelwitte stranden van Esperance. We rijden Norseman uit via een door het bos voerende heritage trail. In dit bos is het nu stil, maar aan het einde van de 19e eeuw gonsde het hier van de activiteit; goud! En, aangezien een heel aantal velden nog tot in de jaren 70 van deze eeuw actief waren zijn er ook nog heel wat restanten te zien.

De borden en vooral de foto’s (aangevuld met een rijke fantasie gevoed door tussen ons twee seizoenen Deadwood en een complete serie Lucky Lukes) geven een mooi beeld van wat deze vroege pioniers moeten hebben meegemaakt hier. Maar; dat was het wellicht waard. Er is nogal wat goud uit dit bos weggehaald, en ook nu nog worden er nog allerlei mineralen gevonden. Door grote bedrijven (die hun eigen wegen hier aanleggen en oude mijnen opkopen om ze opnieuw te verkennen) tot kleine oude mijnen die nog steeds verder worden uitgegraven (in mijn romantische optiek door de kleinkinderen van de oorspronkelijke claimeigenaren ;)). En, het is niet alleen kommer en kwel geweest; want, naast de graven van verongelukte mijnwerkers en verhalen over volledig mislukte, overstromde, vergokte en ingestorte mijnen lezen we ook over de jaarlijkse paardenrennen die ontstonden tijdens deze goudkoortsen (en nog steeds een regionaal spektakel zijn) en stuiten we op de restanten van het cricketveld wat een van de mijnondernemingen midden in het bos had aangelegd.

Vanuit Esperance rijden we het Cape le Grande National Park in. We kamperen hier een paar dagen naast het mooiste zee tot nu toe; glashelder en strakblauw, met een mooi wit strand. Dat strand delen we dan wel met de volstrekt niet in ons geinteresseerde kangoeroekolonie hier ;-). We maken een paar wandelingen, onder andere naar de top van Frenchmans’ Peak en genieten vooral heel veel van het uitzicht overal (kijk maar deze, of deze).

Vanuit Esperance maken we een diagonale run naar Perth. We stoppen onderweg in Hyden, waar we een dag wandelen rondom de Wave Rock. Een rots met een hele aparte geologische achtergrond. Die zal ik jullie besparen. Wat er uiteindelijk gevormd werd was een ruim 15 meter hoge, 110 meter lange granieten golf. Er omheen liggen nog een stel van dit soort wonderlijke formaties; genoeg voor een dagje wandelen. Dag later rijden we Perth, en een hittegolf binnen. Nu hebben we zowiezo niet te klagen over de temperatuur hier, maar dit wordt echt wel een beetje fors. Perth vinden we niet zo heel interessant; gewoon een middelgrote stad, met sinds een jaar of 10 enorme uitbreidingen en hoogbouw vanwege de mining-boom. En warm dus. De dagen in Perth worden dan ook waar mogelijk besteedt in de schaduw, of airconditioning van een museum of winkel. Behalve dan de eerste avond; de opening van het Perth Festival. Enorme show buiten van 8BPM, een percussiegroep die vuurwerk en live trommelwerk combineert. Nogal indrukwekkend (check deze youtube link maar)!

Ook bezoeken we in Perth het WA Aquarium; een stuk verder richting het noorden gaan we een heel aantal goeie duik en snorkelplekken tegenkomen, dus vandaag in een gecontroleerde omgeving even kennismaken met wat we onder water allemaal gaan tegenkomen daar ;-).Prachtige collectie aquaria met alle verschillende water leefgebieden die hier in het westen van het land voorkomen, en; uiteraard een enorme tank met haaien/roggen/schildpadden. Wat mij betreft heeft elk aquarium een tunnel waardoor de vissen over je heen zwemmen! En een bak met kwallen! Maar goed, dat water om ons heen doet verlangen naar meer! Weer naar de kust dus.

Heb je een mening? Of opmerkingen?