Caserta – Napels

20 – 23 juni. Allemaal leuk en aardig dat luieren aan zee, maar idee is wel om binnenkort eens een keer naar Griekenland te varen, dus de bus weer in, en gas op de pony. We zijn onderweg naar Napels en komen (met een minimale omweg dit maal) langs één van Italië’s grootste attracties; het paleis van Charles van Bourbon in Caserta. Hij besloot in 1750 dat hij ook een paleis wilde, maar dan ‘groter dan Versailles’. Nou, en dat kreeg ie. Een enorm paleis met zaal na zaal fresco’s op het plafond, mooie kunst aan de muur en weidse uitzichten naar de tuin. Een landschapstuin met duizenden geïmporteerde bomen en nagemaakte ruïnes en tempels waar je uren kan rondwandelen. En toch? Deed het ons niet zo veel. Of dat nu lag aan het feit dat we in Rome ook al waanzinnige fresco’s (etc) zagen, we een beetje Renessaince -moe zijn (of dat we het gewoon niet zo mooi vonden). Maar goed, ‘Vink’ op het UNESCO lijstje en snel door naar Napels. Daar wordt wel gewoond zullen we merken ;-).

We staan met de bus in Pozzuolli, een dorpje net buiten Napels, en kamperen daar op een vulkaan die ‘al heel lang niet meer actief is geweest’, (ga je goed van dromen joh!) maar nog aan alle kanten rookt en ruikt. Wel warm water altijd.

Voor Napels dit keer geen verlanglijstjes met wat we zeker moeten zien en waar we zeker moeten eten; we zien wel. En dat kan prima in Napels, want (zeker vergeleken met Rome) we zijn ineens in een heel ander soort stad terecht gekomen. De 18e eeuwse Grand Tourists hadden Napels vaak als eindbestemming en schreven al over het rondwandelen tussen de kapitale palazzi en in de Dicken’s achtige binnenstad (‘en dan pas sterven’). Nou, da’s tweehonderd jaar later nog steeds zo, aangevuld met een overal aanwezige laag van 100 jaar industrie, afvalstakingen en scooter- en autoverkeer.

En waar je zou denken dat dat afstoot voelt de stad ook wel erg energiek. in dat centrum wordt elk hoekje gebruikt om een winkeltje, werkplaats, café, huis of kantoor te hebben (en als er geen hoekje is, dan is er wel een motorkap om je spullen uit te stallen) en iedereen lijkt op weg te zijn ergens heen. En net buiten dat oude centrum opent de stad zich naar de zee en liggen de havens en het kasteel. Eindoordeel; zeker leuker voor langer dan één dag, en die opera wil ik ook wel eens horen, maar dan wel in het iets koelere voorjaar!

Plannen voor de nabije toekomst? Morgen naar Pompeii, dan via Amalfi naar de noordhoek van Calabria voor we volgende week oversteken van Brindisi naar Patras, Griekenland.

Heb je een mening? Of opmerkingen?