Albanië

Half september tot begin Oktober – Na de storm van gisteren, vandaag een mooie dag. Via het meest kleine weggetje Griekenland uit en dan de weg naar de grens met Albanië op. We oefenen snel nog even wat Albanees om de douaniers te laten glimlachen. Dat was niet echt nodig geweest; deze grensovergang is nogal gemoedelijk. We laten onze papieren zien bij een loketje wat hierop wel of niet zit te wachten (we zullen het nooit zeker weten) en met 5 minuten zijn we de grens over. We hebben niet echt een gedetailleerde kaart van Albanië, en niet veel meer info dan we uit een weken geleden gevonden Lonely Planet van Oost-Europa halen. Zodoende hebben we ook nog niet echt een plan, dus het metershoge bord met de attracties van het land erop net na de grens is even mooi leesvoer voor ons!

Via niet echt een niemandsland, maar meer een soort nu nóg leeg land (….en dat kan je hier goed zien, want itt tot andere stukken Albanie zijn de bergen hier ruig en onbegroeid) rijden we Albanie in. We worden enkel gadegeslagen door een herder her en der, en voor je gevoel door tientallen onzichtbare ogen uit de tientallen bunkers die hier in de bergen verspreid liggen.

Over die bunkers? Enver Hoxha; de communistische heerser heeft, schijnbaar ter geruststelling van de bevolking, met bunkers gestrooid als ware het hagelslag. Er schijnen er 750.000 te staan, en ook al telden we ze niet, dat aantal klinkt niet onaannemelijk. De meeste zijn van het type paddestoel, waar maximaal twee mensen in kunnen staan, mocht er in de buurt gebombardeerd worden. En die staan dus echt daadwerkelijk overal; stadscentra tot aan midden in bossen. De lol van het aanwijzen van wéér een bunker is er na de eerste 100 ook wel van af ;-).

We hoorden dat naast de bunkers je ook aan de kwaliteit van de weg kan zien dat je in Albanië bent. De eerste kilometers hebben we toch niet te klagen. De weg langs de kust vanuit het noorden via Tirana naar de grensovergangen met Griekenland is belangrijk genoeg om vrijwel helemaal geasfalteerd te zijn. Grappig genoeg mist er her en der soms wel een vak van een paar honderd meter asfalt links òf rechts. En in die vakken krijg je ook direct een kennismaking met de wegdekkwaliteit die we hier als normaal zouden gaan ervaren. Ongeasfalteerd, geribbeld als een wasbord en met kuilen tot 30 cm diep. Veel harder dan 30 durf je daar echt niet te rijden; alle bovenkastjes hangen nog steeds, en dat willen we graag zo houden. We rijden een klein stukje Albanië in op onze eerste dag; en hebben al snel de eerste toeristische stop te pakken. Via een dam rijden we een karrenpad naar beneden naar de Blue Eye, de bron van een forse beek. Blue Eye omdat het water op de plek waar het een ondergrondse grot uit komt stromen zo helder is dat het van bovenaf net een heel blauw oog is. Prachtig! De bron zelf overigens is zo diep dat niemand nog heeft weten te duiken naar de bodem; tot 50 meter diep zijn ze gekomen en de bodem was niet in zicht.

Terwijl we op weg naar Ksamil, Sarande in rijden begint een enorm noodweer. Al snel lopen de putten over en rijen/stromen Carl en wij mee de berg af richting onze overnachtingsplaats. Onderwijl trotseren Veronique en ons mini-parapluutje de regen om te gaan pinnen (de laatste overleeft dat niet). Ook al denken we hier maar een paar dagen te zijn, met je pinpas of creditcard betalen is geen gemeengoed, dus we hebben iig iets aan Albanees geld nodig. Gelukkig klaart het weer snel op en komen we in het zonnetje aan bij onze camping. Wat we wel vaker zullen gaan meemaken hier; in de voortuin van een huis is een camping-kje ingericht. Stroom via verlengsnoeren uit de woonkamer, een toiletje en douche-je in de tuin getimmerd, en een wasbak aan de muur voor je was/afwas. Klinkt als niet veel, maar is precies genoeg. En dan ook nog eens worden ontvangen met een iced coffee en een super-uitzicht op zee!

We blijven hier een dagje en gebruiken dit als uitvalsbasis voor een bezoek aan Butrint, een vrij unieke plek. Butrint is een belangrijke archeologische plaats. Het is al bewoond sinds de prehistorie en was een Griekse kolonie, een Romeinse stad, werd door de Turken ingenomen en is na de Venetiaanse tijd verlaten en vergeten. Het was gedurende al die verschillende tijdperken een belangrijke handelsplaats en in de 4e eeuw voor Christus zelfs een van de belangrijkste steden van het westen. Het uiteindelijk overwoekerde schiereiland wordt nu langzaam uitgegraven en alle ruïnes liggen makkelijk toegankelijk bij elkaar. De functies van de verschillende ruïnes zijn nog goed te zien; basiliek, badhuis, Venetiaans kasteel, en door de nog intact zijnde stadsmuur verdwaal je ook niet zo makkelijk. Her en der zijn ook nog heel mooie details van lang geleden te zien; inscripties in de theatermuur, beeldhouwwerken boven de oude poorten, mozaïeken vloer in de basiliek.

‘s Middags lekker rustig bij de bus gezeten en een zwemmetje gewaagd. Het is goed te begrijpen waarom Ksamil juist hier in 1966 werd opgezet als model-vakantiedorp tijdens het communistische regime. De kustlijn (zeker met zijn drie kleine eilandjes ervoor) nodigt uit om te zwemmen! Dat het dorp nooit echt is afgemaakt, en dat her en der de sinds de val van het communisme inderhaast neergezette illegale bouwwerken ingestort aan de modderige zandpaden staan, het restaurant wat bij het hagelwitte strandje hoort al jaren niet meer open is geweest en dat de lantaarns naast de niet afgemaakte promenade allemaal kapot zijn, draagt alleen maar bij aan de charme ;-).

We besluiten dat we wel meer van Albanië willen zien dan alleen maar die weg erdoorheen. Het zuid/oosten, tegen de Grieks/Macedonische grens aan, schijnt een heel mooi berglandschap te zijn. We rijden van Ksamil naar Farma Sotira. Een kleine 200 kilometer, waar we uiteindelijk bijna de hele dag over doen. De weg is dan wel niet heel goed en op sommige plekken zelfs verdwenen, de uitzichten maken alles meer dan goed! Zeker de laatste 100 kilometer door de bergen (waar we ook helemaal niemand tegenkomen) is zo mooi dat we regelmatig even stilstaan voor een foto. We kunnen bij een forelkwekerijtje overnachten als we er ook eten. Nou, prima; Veronique’s forel is geweldig (mijn kippetje alleen een stuk minder..)! Niet vaak onder zo’n indrukwekkende sterrenhemel ingeslapen.

Blijkbaar was onderdeel van de deal ook een ontbijt; de forellenkweker bakt ook zijn eigen brood en één daarvan is voor ons. Buik en watertank zijn snel gevuld en we zijn weer onderweg. We doen onderweg in Erseke onze boodschappen. Merken dat er niet zo gek veel toeristen komen in dit deel van het land; wij en onze bus worden het hele dorp door nagekeken. Net buiten het dorp is het een drukte van belang; de maandelijkse veemarkt is aan de hand. Bij het verlaten van de markt rijden we een kilometer of 10 achter een bus net als de onze. Maar in plaats van kastjes en een bed heeft deze een hok achterin, en door een kier in de deur worden we de hele tijd aangestaard door een stel jonge geiten. Op het dak van de bus liggen een aantal minder gelukkige volwassen geworden soortgenoten. In Korca navigeren we door de chaos van een weekmarkt heen en zo komen we uiteindelijk uit bij het meer van Ohrid. In dat meer zit een speciaal soort forel, die wordt in elk restaurantje langs de weg hier geserveerd, maar je kan ze ook thuis koken uiteraard. Daarvoor zitten er op gezette momenten langs de weg jongetjes met een zelfgemaakte glazen bak vol met die forellen. Zo gauw ze spotten dat je om de hoek komt rijden, wordt een vis uit het aquarium getrokken en als een trofee omhoog gehouden. Wij hebben even onze buik vol van forel (of misschien nog van de lunch…wisten wij veel wat we bestelden. Best lekker overigens; een bord gebakken lever en nieren met een halve citroen) en overnachten aan het meer (en maakten onze eerste zoetwaterduik sinds vertrek!).

Overigens: net als die bunkers die nog overal staan, zijn ook nog heel veel restanten van de oude communistische industrie te zien. We kwamen gisteren een hele grote houtverwerkingsinstallatie tegen die aan de elementen was overgelaten, met het bijbehorende dorp van de arbeiders ernaast erbij. Hier, aan dat prachtige meer van Ohrid ligt bijvoorbeeld een enorm complex tegen de berg aan; een verwerkingsstation van de erts die ze hierachter in de bergen wonnen en die over en langs het meer met boot en trein werd vervoerd richting zee (Italië) en achterland (Macedonië). Zo te zien aan de foto’s in het dorpswinkeltje ooit de trots van de regio, met eigen harmonie en voetbalteam en al; nu een vervallen en ‘geplunderde’ hoop staal.

Vandaag gaan we naar de andere kant van het meer; de stad Ohrid in Macedonië is, volgens onze tot op heden zeer betrouwbaar gebleken vrienden van UNESCO, de moeite van een extra grensovergang waard. Uiteindelijk rijden we een hoop kilometers; wat een test voor Carl vandaag! Als hij had geweten wat er voor hem in het vooruitschiet lag, had ie vast niet zo enthousiast gestart. Het begon zoals verwacht (op zijn Albanees dan) met de weg van de kust af naar Ohrid. Hobbelig en bobbelig langs het meer, en net iets te smal voor relaxed rijden, zeker ook omdat de anderhalve baan die de weg breed is, grenst aan een drop-off van een kleine halve meter. Goed maar dat de vrachtwagens die vanuit Macedonië komen niet zo breed zijn, en vaart minderen (not!). Het eindigde op oude sporen langs de olievelden van Kucovë, waar we heel voorzichtig moeten rijden over restanten van staalconstructies die een centimeter of twintig boven de grond uitsteken…

Maar goed, Ohrid dus eerst. De grens met Macedonië gaat simpel (en hop; weer een mooie stempel in het paspoort). Bizar genoeg zijn de eerste kilometers langs het meer heel anders dan in Albanië; alsof het kappen van het bos in Albanie bij de grens ineens ophield; Macedonië staat hier vol met bomen! Verder weer veel autosloperijen/dealers (blijft mooie grensoverganghandel).

De stad Ohrid, ooit met maar liefst 365 kapellen (‘het Jeruzalem van de Balkan’), nu met minimaal zoveel souvenirwinkels, viel ons een beetje tegen. Mooie ruïne van een kasteel hoor, en een heel aantal ondertussen bekende zaken; amphitheather, middeleeuwse straatjes en mooie kerken, maar wellicht zijn het regenachtige weer en de enorme hoeveelheid Nederlanders uit tourbussen er debet aan dat wij het maar ‘zo, zo’ vinden. Of misschien zijn we teveel verwend ondertussen. Wel mooi uitzicht over het meer weer, en leuke rit eromheen.

We rijden langs een heel kleine grenspost Albanië weer in; en zo de buitenwijk van Podriageca in. Flink ongeluk gebeurt, net voor ons blijkbaar, dus we moeten een kruispunt in zijn achteruit terug over en de andere kant weer op. Het weer is niet zo denderend, dus we besluiten om toch lekker door te rijden naar ons volgende reisdoel; Berat. We komen weer langs de camping, maken het rondje meer af en rijden in de nevel de berg op en in regen de berg af aan de andere kant (fors  steil wel, maar met een zonnestraal in de diepte waar we heen rijden). Vervolgens beginnen we deel twee van de dag; de weg naar Kucovë. We dachten wel even die laatste 100 kilometer te doen. We rijden een heel stuk langs de een van de weinige spoorlijnen in Albanië eerst (redelijk megalomaan project schijnt; door een forse bergketen ooit aangelegd om die erts te vervoeren vanuit Ohrid naar de zee) en nemen een afslag het binnenland in. De wegen worden steeds smaller en minder goed, tot we na verkeerd gereden te zijn in een dorpje (en tussen twee gebouwen door de juiste weg opgestuurd worden (een soort oude rivierbedding van grint van een procentje of 20%, bedenk je dat in met 4000 kilo gewicht ;-))), het hele stuk verder rijden op een karrenspoor met gaten van wel een halve meter diep en breed. Ach, we komen genoeg Mercedessen tegen die dit dagelijks trotseren dus wij zullen er ook wel weer uit komen. Maar veel sneller dan 10 kilometer per uur gaat het die laatste drie uur niet. Uiteindelijk komen we in de schemering in Kucovë aan. Ooit een veelbelovende plek in het land waar olie werd gewonnen, en de stad rijk werd van de buitenlandse oliemaatschappijen die een graantje wilden meepikken. Langzaam aan vervallen na de nationalisatie en nu al twintig jaar niet meer in gebruik. Over de verlaten, nou ja meer achtergelaten, olievelden, glibberen we tussen de installaties door, waarbij we nog moeten oppassen ook dat de over de weg gespannen staalkabels nergens achter blijven haken. Na enig zoeken, het is al bijna donker en heel veel verlichting is er niet langs de weg, belanden we op camping Berat. Dit keer in de áchtertuin van een alleraardigste familie. We kunnen het gemak van een huis-(op-)gemaakte(-van de supermarkt) pizza niet weerstaan. Heerlijk geslapen in de achtertuin na al die indrukken en inspanning!

Je raakt er niet aan gewend; de enorme gastvrijheid die we tegenkomen. Een geweldig ontbijt in de ochtend, aangeboden door de eigenaresse, onder de paraplu in de tuin wordt gevolgd door een uitzwaaisessie met een kilo perziken vers uit de tuin in een plastic tas. We rijden naar Berat; een geweldig stadje. Berat is een van de weinige plekken in het land die gespaard gebleven tijdens de Chinees aandoende culturele revolutie die de communisten in de jaren 60 doorvoerden in Albanië. Beter zelfs; het werd een museumstadje. En zodoende kan je nog steeds genieten van de tegen de heuvel aanklevende Ottomaanse huizen, met daartussen kruipdoor/sluipdoor hobbelige straatjes. Berat wordt ook wel de stad van de 1000 ramen genoemd, we telden ze niet, maar het komt aardig in de buurt waarschijnlijk. Bovenop de heuvel ligt een kasteel uit de 14e eeuw. Dat is dan weer gebouwd op resten van een eerder kasteel etc. Leuk, maar vooral ook omdat binnen de muren nog steeds een heel aantal huizen bewoond worden. Altijd leuker als de was er nog hangt dan een kil museumgevoel. Een van de bewoners biedt zichzelf vrijwillig als gids aan door het kasteel. Na een paar niet heel overtuigende uitlegjes vinden we het wel weer mooi geweest. We zien dat onze gift direct wordt ingeruild voor een verse halve liter; wellicht hadden eerdere tourtjes van die dag dus wat met het gebrek aan samenhang in zijn verhaal te maken. We bezoeken het Museum Etnografik, waar een van de oude huizen ingericht is als een typisch Albanees huis. Leuk om te zien dat de moderne huizen die we in verschillende stadia van af-heid lansg de weg zien staan allemaal afgeleid zijn van dezelfde oervorm. Werkruimte beneden onder het huis, omringd door de moestuin/veestal, een grote veranda op de eerste verdieping voor het hele jaar door allerlei activiteiten: van fruit drogen tot wol spinnen en weven en een gezamenlijke grote huiskamer daar weer naast etc. etc. En weet je waar die lage deurposten eigenlijk voor zijn? Niet omdat mensen vroeger altijd kleiner waren….maar omdat het buigen van het hoofd een teken van respect is. En dat wordt vanzelf afgedwongen zo. Zeker als je bijna 2 meter lang bent inderdaad.

Na de lunch (die we nuttigen met een Nederlandse geschiedenisschrijver/journalist die we tegenkomen in het museum en die een boek aan het schrijven is over wellicht de eerste Nederlandse vredes/vechtmissie hier in Albanie (update: het boek is uit)) rijden we naar Kavajë; niet al te ver vandaag maar een leuk stukje. We komen weer op die doorgaande snelweg terecht…en missen al snel hét geluid van de afgelopen dagen; de belletjes van de schaapskuddes! (update: leuk artikel bij de VPRO over Berat en de UNESCO-bekroning)

We staan hier twee dagen op camping Pa Emer. Het water durven we hier niet in… In tegenstelling tot de afgelopen maanden is het hier een soort bruine soep, en aangezien we vlakbij de grote havenstad Durres staan, is dat wellicht niet zo gek.

Wij rijden hiervandaan verder door naar Barbullush, een kort stukje langs de kust. Onderweg nemen we de afslag naar Tirana; niet dat we heel goeie verhalen horen over de stad en wat er te zien is, maar als je in de buurt bent kan je de hoofdstad toch niet overslaan. Een stad ongeveer zo groot als Arnhem, met waarschijnlijk zoveel auto’s als in Nederland….damn…de Albanees houdt van zijn Mercedes (bewezen/feit: inderdaad ooit veelal gestolen in West-Europa. Ander feitje; pas sinds tien jaar bestaat er zoiets als een rijbewijs in Albanie. En lang niet iedereen op de weg heeft er eentje.)! We wurmen ons de stad in en weten een parkeerplek te bemachtigen aan de rand van de oude communistische baasjes wijkje. Redelijk eenvoudige huizen hier; in tegenstelling tot veel andere communistische regimes. Tirana’s huidige burgemeester is een kunstenaar die ruimhartig subsidies (of potten verf) geeft aan bewoners die hun Oostblok-traditiegetrouwe grauwe (en door smog geblakerde) appartmentencomplexen een wat frisser kleurtje willen geven. En zo zie je door de hele stad heen de meest fantastisch gekleurde huizenblokken (strepen, patronen, figuren etc). Overigens was dat wel het enige wat ons aan Tirana écht boeide. Net als we op het platteland (enige wat daar vaak nog resteert van de beelden die de triomf van het communistisch gedachtengoed bezongen zijn de voetstukken ervan of de betonnen pilaren, eenzaam in een weiland of een bocht in een bergweg) overal zien heeft de bevolking ook hier snel afstand genomen van alles wat deed herinneren aan het communistische regime. Een enkel, nu neutraal aandoend, beeld of gebouw resteert; verder wordt het kapitalisme goed gevierd hier nu.

We rijden na een uurtje of twee de stad weer uit; op naar Barbullush. De camping die daar ligt wordt gerund door een Nederlandse familie, die via liefdadigheidswerk met Albanië vergroeid is geraakt. We hopen daar weer internet-toegang te hebben, om het bezoekje aan de Albaanse alpen goed te kunnen voorbereiden. Regio is niet al te makkelijk bereikbaar, en overnachtingspleken zijn er niet veel; beetje meer voorbereiding dan we tot nu toe hadden is wellicht handig.

 

We bezoeken vanaf deze camping Shkoder; een provinciestadje aan een meer met als trots het kasteel. Inderdaad, een prachtig en goed bewaard gebleven kasteel torent hier hoog boven de stad uit, en geeft een geweldig uitzicht op het meer. In de stad zelf, die net iets te slick is opgeknapt, vinden we na enig zoekwerk het fotomuseum waar ‘we zeker naar toe moesten’. Op de tweede verdieping van een appartementencomplex, bereikbaar via een parkeerplaats achter een van de vele gokhallen, wordt een enorme collectie glasnegatieven bewaard en met behulp van Unesco gedigitaliseerd. Dit is de aan de staat gedoneerde Marubi-collectie, een familie van fotografen die onder andere de eerste foto ooit in Albanie namen (en die hangt er dan ook, uit 1858), en door de hele Balkan heen fotografeerden. Het museum is niet meer dan de vestibule van een kantoor, met wellicht maar 40 foto’s. Maar elk beeld is er eentje uit een regio die zo de afgelopen 100 jaar zo onherkenbaar veranderd is dat je goed begrijpt waarom dit wel een van de meest waardevolle foto-collecties ter wereld wordt genoemd.

De volgende dagen brengen we door in Valbone; een klein dorpje in de Albaanse alpen. De weg ernaartoe had wel vier keer zo lang mogen duren; het landschap zo mooi en onbedorven, de weg zo stil; we genieten van elke (toegegeven, zeer langzame kilometer). Voor we de bergen inrijden slaan we voorraden in voor een dag of 4; nog niet heel snel voor elkaar in een land waar we nog geen echte supermarkt hebben aangetroffen, enkel buurtwinkeltjes… We laten de foto’s van onderweg maar voor zichzelf spreken. In Valbone overnachten we aan de rivier naast hotel Rilindja (gerund door een Amerikaanse vrouw en haar Albanese vriend). Een geweldige plek hier; uitzicht op een hoge bergkam, vlinders en vogels overal, dammen bouwen in het water, wandelen in de bergen, heerlijk eten (nou ja, heerlijke forel dan…die geit had me bespaard kunnen blijven) en heel veel stilte om ons heen! Weken hadden we kunnen blijven….

Maar dat deden we niet; na vier dagen gingen we weer verder……Via vrijwel dezelfde weg als heen, zoveel asfalt is er nu ook weer niet hier (en de veerboot die ons over het meer zou kunnen vervoeren vaart al een aantal maanden niet/niet meer), rijden we naar de punt van het meer van Shkoder; nog één nachtje in Albanië. En zo werd wat we in eerste instantie bedachten als een doorrijland een van de grootste verrassingen van de reis tot zover! Oftewel: gaat dat zien: Albanië. Supervriendelijke mensen (met een overigens volstrekt onbegrijpelijke taal, en nog niet al te grote beheersing van het Engels), prachtige ongerepte natuur (met beren en wolven nog), ruige cuisine, onderweg gedwongen rustig aan doen en een te gekke vlag!

Bekijk alle foto’s uit Albanië hier

Heb je een mening? Of opmerkingen?