De Noord-West kust: van Dampier naar Lake Argyle

Dampier – Lake Argyle (2442 km, 9 dagen) – En weer terug de tijd in… ook al ging ons vorige verslagje over wat we in juli en augustus deden, het verslag daarvoor ging over onze rit langs de westkust en (een heel klein stukje) van het binnenland van West-Australië. Er is dus een gat in de verslaglegging van april tot en met juni. Een gat wat gelijkstaat aan 18.500 kilometer!

We halen het de komende weken in. Het eerste stuk speelt zich af aan het eind van april: we steken in twee weken van West Australië via de Kimberley door naar de grens met de volgende staat; Northern Territory.

weer zo'n mooie screenshot van de Garmin..

(Geen zin/tijd in lezen? Alle foto’s bij dit stuk zijn hier)

Tja, de Kimberley; één van die welhaast mythische plekken op elk Australiëreis-schema. Grotendeels ontoegankelijk en erg onbevolkt. Ongerept, prachtig. Plaatsjes van 100 inwoners zijn hier al gauw een volle tank van elkaar verwijderd. De komende dagen hebben we lange ritten voor de boeg!

We beginnen met een rustig ochtendje klauteren in Dampier. Letterlijk onder de rook van de ultra-moderne gasfabrieken, bezoeken we één van de grootste collecties Aboriginal rotstekeningen in het land. Op grote bergen roodbruine rotsblokken, het lijkt wel alsof het afval van de ijzerertsmijnen hier gedumpt is, zijn duizenden tekeningen te vinden. Vrijwel elk rotsblok is betekent of bekrast. Heel eenvoudige lijntekeningen van dieren en mensen en heel veel vormen. Honderden, zo niet duizenden zijn het er, en vaak ook duizenden jaren oud.

Dampier - Rockart (on Flickr)Ook al zijn de stapels rotsen niet te missen, raar genoeg ligt al die rock-art hier toch een beetje verstopt: geen borden die deze kant op wezen en geen enkel woord van uitleg is hier te vinden. We klauteren een tijdje rond tussen de stenen tot het echt te warm wordt. Het zou niet de laatste van dit soort plekken worden die we tegenkomen, maar door zijn lokatie en verlatenheid nog steeds één van de meest intrigerende.

1000 kilometer scheidt ons van Broome, min of meer de zuidgrens van de tropen. Dus: podcastje aan, raam open en gas erop! onderweg naar broomeMerendeel van de kilometers gaan deze dagen door de Great Sandy Desert: een vrijwel vlak landschap met weinig begroeiing, heel sporadisch een verlaten uitziend huis en zongeblakerd asfalt. En toch, net als op de Nullarbor verveelt het geen moment. We delen de weg voornamelijk met de voorbij denderende roadtrains en de op verse roadkill wachtende roofvogels. De enkele glimp van de zee die we zien doet ons verlangen naar een duik; dat ziet er heerlijk verkoelend uit! Helaas, met het binnenrijden van de tropen zijn we ook croc-country ingekomen. Het water maar niet in dus ;-(. Maar, ernaast slapen kan wel. We moeten er een kilometer of 10 nogal onverhard voor van de weg af, maar dan overnachten we op 80 Mile Beach, een bizar soort oase aan de kust precies halverwege Broome in al die droge wildernis. Gras! Bomen! We pakken er een bijna volle maan mee en zien het verschijnsel van de Staircase to the Moon dus grotendeels; de langgerekte weerkaatsing van de maan op de moddervlaktes aan zee die bij sommige eb’s (ebben?) een trap naar de maan lijkt te zijn.
Paar roadhouses later zien we dat we in de buurt van Broome komen wanneer de begroeiing langzaam aan verandert van de lage doornstruiken en spinifex van de afgelopen weken naar donkergroen, grotere struiken en uiteindelijk palmen en mango’s en avocado’s. De tropen! In Broome blijven we een paar dagen hangen: met 14000 inwoners verreweg de grootste stad in een kleine 1500 kilometer omtrek en met zijn Japans/Maleysische/Indonesische geschiedenis nog kosmopolitisch ook. We wandelen wat door het stadje (helaas, ‘werelds oudst nog functionerende openluchtbioscoop heeft zijn deuren nog niet opengedaan dit jaar), gaan lekker uit eten, her-bevoorraden, plannen onze route en proberen te wennen aan de tropische warmte die ons de komende paar duizend kilometer zal vergezellen. Broome is nog een tikje slaperig op dit moment in het jaar; de meeste reizigers wachten op het echte begin van the Dry voor ze deze kant op komen. Want, twee seizoenen in het noordelijke deel van Australië; the Wet is bijna afgelopen en wordt gekenmerkt door heel, heel veel regen (terwijl er in the Dry, inderdaad, geen druppel valt). Dat betekent dat op dit moment in grote delen van de Kimberley de wegen nog niet begaanbaar zijn (overstroomd, weggespoeld of een combinatie hiervan), maar alle rivieren en kreken vol zijn en alles er wel prachtig groen uitziet. En, wat die begaanbaarheid betreft, een hoop plekken in deze regio zijn sowieso alleen maar bereikbaar vanaf het water, of met een serieuze 4wd. En dat laatste alleen maar als het droger is. De opties in een 2WD-campertje zijn dus wat beperkt. Maar, nog steeds genoeg te zien gelukkig op die 2000 kilometer richting het Northern Territory!

Zo is er bijvoorbeeld Derby, een klein dorpje met als belangrijkste toeristische wapenfeit een tij-verschil van 11 meter. Dat is heel veel water wat wegloopt elke dag… en dat betekent ook dat je een hele hoge pier moet hebben. Tja. Nou ja, je begrijpt, niet heel boeiend dus, behalve waarschijnlijk als je in een boot zit. Wat wel boeit is de enorme hoeveelheid boabs hier. Yep, een Australiër kan zelf het woord baobab nog afkorten. De bomen waar wij van dachten dat die alleen maar in Afrika en op Madagascar voorkwamen blijken ook hier te staan, en beter nog: in bloei ook! Bizarre vormen ook… lokale folklore gaat dat de boom de goden irriteerde met ‘hoog van de toren’-geblaas. Een van die goden tilde de boom uit de grond en zette hem er op zijn kop weer in. Tja, je kan je er iets bij voorstellen. Buiten Derby staat een holle van meer dan 1000 jaar oud die lange tijd dienst deed als gevangenis!

Een heel stuk verder langs de Great Northern Highway rijden we door het 350 miljoen jaar oude landschap van het ooit westelijke Great Barrier Reef. Helaas, er langs rijden is het enige wat we kunnen; veel van de parken hier zijn nog gesloten. Maar, we krijgen wel wat voorproefjes op plekken als Purnululu National Park, the Grotto en the Five Rivers Lookout bij Wyndham of Parry Creek Lagoon.

 

En, we kwamen er ook achter dat je écht beter een 4WD kan hebben hier… Interesse gewekt in ieder geval: hier komen we nog een keer terug!

De laatste dagen West-Australië brengen we door aan Lake Argyle, waar we genieten van een paar dagen niet rijden. We varen een middag op  het enorme stuwmeer en nemen er zelfs een duik in (alleen zoetwaterkrokodillen hier. Die doen je niets, zien er alleen eng uit.)

Gelukkig heeft de camping hier ook een zwembad! En wat voor één!

 

 

 

 

In de volgende update gaan we het Northern Territory in, de jongste staat van het land met de oudste stenen!

—————-

Bekijk alle foto’s bij dit stuk hier

2 thoughts on “De Noord-West kust: van Dampier naar Lake Argyle

  1. Maakt niet uit dat dit alles niet op het juiste moment wereldkundig is gemaakt: wij genieten toch wel van jullie wederwaardigheden en van de foto’s. Ga zo door!
    groetjes Jan en Riet

Heb je een mening? Of opmerkingen?